Verkiezingsprogramma 2019-2022

Waardevol Molenlanden

Inleiding

ChristenUnie, partij in de samenleving
Verkiezingen gaan over mensen. Over onze ouders, onze kinderen, onze buren, de leerkracht op de school, onze werkgever en onze werknemers. Ze gaan over ons en onze manier van samenleven.

Wij geloven dat mensen geschapen zijn door God en dat Hij ons aan elkaar gegeven heeft om samen te leven. Om een samenleving te vormen. De ChristenUnie gelooft dat het in onze samenleving om veel meer gaat dan om geld en bezit. Het gaat vooral om zinvol leven, vrijheid en veiligheid.

Wij willen geen samenleving waarin ons verteld wordt wat we moeten denken en doen, maar wij willen vrijheid om te geloven en om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Wij willen een gemeente waar een bescheiden overheid ruimte biedt aan inwoners die maatschappelijk initiatief tonen. We willen een wereld waarin we omzien naar elkaar. Een wereld die leefbaar blijft, ook voor onze kinderen.

Een samenleving met toekomst
Met dit waardevolle programma met plannen laat de ChristenUnie Molenlanden zien dat ze wil bouwen aan een samenleving waarin iedereen meetelt. Wij investeren in zorg voor elkaar, in de cruciale rol van gezinnen, in een dienstbare en rechtvaardige overheid, in moreel leiderschap, in godsdienstvrijheid, in een duurzame economie en in een zorgvuldige omgang met Gods schepping.

Dit vatten we samen in onze kernboodschap.

De ChristenUnie:

  • Zorgt dat iedereen meetelt
  • Investeert in de toekomst van kinderen
  • Komt op voor (godsdienst)vrijheid

Geef geloof een stem
De ChristenUnie is een uitgesproken christelijke partij. Dit betekent dat Gods Woord de leidraad is in het leven van onze volksvertegenwoordigers en bestuurders. Bij het zoeken naar antwoorden op de uitdagingen is dat ook ons vertrekpunt. Wij geloven dat christelijke uitgangspunten in de politiek waardevol zijn voor de gemeente Molenlanden.  

Ons gedachtegoed van Christelijk-Sociale politiek komt voort uit de Bijbelse opdracht tot het God liefhebben en van daaruit ook de naaste liefhebben, omdat God de schepper is. Zorg voor Zijn schepping betekent zorg voor de mens én de omgeving.

De ChristenUnie-politici maken deel uit van een beweging van maatschappelijk betrokken christenen die op tal van plekken in de samenleving hun geloof een stem geven. Die hun geloof niet bewaren voor de kerk of thuis, maar uitdelen in de maatschappij. Die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen en samen te werken voor een betere samenleving.

Wij beseffen heel goed dat de overheid niet alle vraagstukken gaat oplossen. De samenleving is niet maakbaar. Maar de overheid is er volgens de ChristenUnie wel om het zwakke te beschermen en het sterke te reguleren, om zo vrede te stichten. De Bijbel roept ons op om recht te doen, trouw te zijn, en nederig de weg te gaan die God van ons vraagt. (Micha 6:8)

De ChristenUnie is een landelijke, christelijke netwerkpartij. Dat biedt stabiliteit. Onze lokale standpunten zijn niet ad hoc opgeschreven maar gebaseerd op onze christelijke uitgangspunten. Tegelijk biedt het feit dat de ChristenUnie actief is op alle niveaus van het openbaar bestuur uitstekende mogelijkheden om af te stemmen en om lokale zaken provinciaal of landelijk aan de orde te stellen (en andersom).

Van christenen voor alle mensen

De ChristenUnie is een partij van christenen voor alle mensen. Wij willen iets uitstralen en doorgeven van de liefde die God heeft voor deze wereld, voor Nederland, voor de gemeente Molenlanden. Doe met ons mee. Geef geloof een stem!

Hoofdstuk 1: Betrouwbare overheid

Verhouding bestuur en samenleving
Bij de ChristenUnie staat de samenleving centraal. Een samenleving die niet het werk is van de overheid maar van mensen en maatschappelijke verbanden samen. De gemeente heeft dus een bescheiden rol en heeft vooral als taak de kracht in de samenleving te versterken en staat daarom naast mensen. Om te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid maar ook om mee te denken, te stimuleren en te ondersteunen waar dat nodig is. Dit vraagt om maatwerk: de een heeft die ondersteuning sneller nodig dan de ander. En voor kwetsbare mensen die het echt niet zelf of samen met anderen kunnen, biedt de overheid een vangnet.

Inwoners moeten een beroep kunnen doen op de overheid als hun vrijheid, veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is. Om die reden is het goed dat de overheid op een aantal belangrijke terreinen ook grenzen aangeeft, handhaaft, normeert en kadert.


1.1 Vertrouwen

Wij zijn ervan overtuigd dat goed bestuur en sterk moreel en integer leiderschap de basis vormen voor een bloeiende samenleving. Net zo belangrijk is een samenleving die zich realiseert dat een overheid niet alles kan oplossen en zelf ook verantwoordelijkheid neemt.

De ChristenUnie zet in haar werk in de gemeenteraad in op luisteren en samenwerken. Het wel of niet deelnemen in een coalitie is daarbij niet doorslaggevend. Het innemen van standpunten in de raad wordt primair bepaald door de uitgangspunten van de partij, die o.a. zijn vastgelegd in het programma. Als fractie willen we in de gemeente Molenlanden betrouwbaar en constructief bekend staan.\

De ChristenUnie wil bijdragen aan het gemeentebestuur door:

  • open, herkenbaar en betrokken aanwezig te zijn in de gemeente Molenlanden en de regio;
  • in te zetten op goede relaties met burgers en tussen openbaar bestuur en burgers;
  • eerlijk te zijn en geen beloftes te doen die niet zijn na te komen;
  • er voor te zorgen dat politieke processen zo veel mogelijk in de openbaarheid, transparant en controleerbaar voor de burger plaatsvinden;
  • de overheid heeft een goddelijke roeping. Zij is de dienares Gods. In die afhankelijkheid willen de raadsleden van de ChristenUnie zich inzetten voor de gemeente Molenlanden en haar inwoners;
  • de dorps(be)raden en de klankbordgroepen de plek te geven die ze verdienen;
  • te streven naar een coalitieakkoord op hoofdlijnen dat ruimte biedt voor alle partijen om invloed uit te oefenen op Molenlanden als nieuwe gemeente in ontwikkeling;  
  • de bereikbaarheid en dienstverlening van de gemeente hoge prioriteit te geven;
  • het onderwerp integriteit conitinu aandacht te geven:
  • raad en college bespreken, met hulp van externe deskundigen, regelmatig dilemma’s op het vlak van integriteit;
  • de burgemeester is hoeder van de integriteit en daarmee ook vertrouwenspersoon voor raad en college. De burgemeester stelt een tweede vertrouwenspersoon aan, waarbij ervoor wordt gezorgd dat er altijd een man en een vrouw vertrouwenspersoon zijn.

1.2 De gemeente, dat zijn we samen

De ChristenUnie wil dat inwoners mogelijk zelf verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen en - samen met anderen en de overheid - de zorg voor de samenleving oppakken.

De gemeente moet op haar beurt open staan voor initiatieven van inwoners, maar ook voor initiatieven van instellingen, bedrijven en kerken. Vooral als die het algemeen belang op het oog hebben. Hierbij past een overheid die meedenkt, participeert, drempels verlaagt en faciliteert. De ChristenUnie stimuleert dat inwoners zichzelf organiseren in bijv. coöperaties en daarmee verantwoordelijkheden op zich nemen op het gebied van duurzaamheid, zorg, lokale economie of wijkbeheer. Meer verantwoordelijkheid van inwoners vraagt om minder regels van de gemeente, om minder administratieve lasten en bureaucratie. Kortom, om een college en raad die durven los te laten.

De ChristenUnie zet in op het meedenken van inwoners via dorpsraden en klankbordgroepen, dorpsverenigingen, platforms en comités voorafgaande aan beleidsvorming in de raad. Burgerinitiatieven willen we ruimhartig verwelkomen en participatie stellen we op prijs. Wel letten we erop dat de gemeenteraad vanaf het begin heel duidelijk is over de ruimte die er is voor burgerparticipatie. Dat steekt nauw. Aan de ene kant niet pas het gesprek aangaan als keuzes al gemaakt zijn maar ook geen ongecontroleerde burgerparticipatie.

Raadgevende referenda zijn geen oplossing bij complexe politieke vraagstukken. Het feit dat de uitslag niet bindend is, levert verwarring en ontevredenheid op. Bovendien zijn raadsleden gekozen om zorgvuldig alle belangen af te wegen en weloverwogen besluiten te nemen. Laat hen het werk doen waar ze mandaat voor gekregen hebben.


De ChristenUnie ziet wél ruimte voor inwonerpeilingen, experimenten met nieuwe vormen van vertegenwoordiging en andere manieren om inwoners te betrekken bij de besluitvorming. Maar deze moeten aanvullend zijn op het mandaat dat de inwoners via de verkiezingen hebben gegeven. Juist bij belangentegenstellingen is het de gemeenteraad die als hoeder van het algemeen belang, knopen doorhakt. Het lokaal bestuur met de gemeenteraad als hoogste orgaan, blijft eindverantwoordelijk.

Overheid en inwoner
De gemeente heeft een aantal belangrijke kerntaken, zoals veiligheid, (jeugd-)zorg, maatschappelijke ondersteuning, ruimtelijke ordening en duurzaamheid. Zelfs bij die taken waar zij een primaire verantwoordelijkheid heeft, zoekt zij steeds zo veel mogelijk samenwerking met de samenleving (inwoners, bedrijven, organisaties, kerken, scholen enzovoort).

De ChristenUnie waardeert de dorpen, stadskern ('kernen') en buurtschappen als lokale gemeenschappen en hecht aan het eigene en de vitaliteit van de verschillende lokale gemeenschappen. De gemeente moet alle mogelijkheden benutten om bewoners van de negentien dorpen en één stad te betrekken bij zaken die hen raken. De dorps(be)raden en klankbordgroepen spelen hierin een belangrijke rol.


De gemeente Molenlanden vraagt om specifiek kernenbeleid. De ChristenUnie wil kernen eigen verantwoordelijkheid geven ondersteund met eigen budgetten. De kracht van de kern is daarbij het uitgangspunt.

Schaalvergroting enerzijds en oog voor de individuele kernen vraagt om een nieuwe doordenking van de lokale democratie. De ChristenUnie draagt graag bij aan experimenten die de lokale democratie versterken.

De ChristenUnie-raadsleden zijn open, herkenbaar en betrokken aanwezig in de gemeente.

De ChristenUnie gaat voor een sterke samenleving en een slanke overheid. Dit houdt concreet in:

  • Dorpsraden en klankbordgroepen zijn een serieuze gesprekspartner van de gemeente. Waar mogelijk leggen we ook verantwoordelijkheden neer bij de kernen zelf. Dit houdt de samenleving vitaal en de overheid slank.
  • De gemeente blijft doorgaan met kerngericht werken, dat de ChristenUnie vanwege de kansen die deze werkwijze biedt kansgericht werken noemt. Het gemeentebestuur houdt de lijnen daardoor kort. Hierdoor blijft in alle kernen het gemeentebestuur herkenbaar.
  • De ChristenUnie geeft ruimte aan inwoners die verantwoordelijkheden op zich nemen (bijv. in coöperaties) op het gebied van duurzaamheid, energie, zorg, lokale economie of wijkbeheer.
  • Indieners van burgerinitiatieven worden niet van het kastje naar de muur gestuurd. De gemeentelijke organisatie hanteert hiervoor een eenvoudig systeem/loket.
  • Activiteiten die door verenigingen worden georganiseerd houden kernen levendig en bevorderen de saamhorigheid. Vergunningverlening moet daarom soepel en ruimhartig verlopen.
  • Meer vertrouwen, minder regels: Elk jaar komt het college met voorstellen voor regels die geschrapt, vereenvoudigd of samengevoegd kunnen worden.
  • De kernen krijgen meer eigen mogelijkheden om keuzes te maken door middel van het budget van de eigen dorpsraad/klankbordgroep en aanvullende middelen op basis van ingediende voorstellen voor initiatieven.
  • Geen raadgevende referenda maar wel vroegtijdig open en eerlijk burgers betrekken bij beleidskeuzes en/of grote ontwikkelingen.
  • Heldere procesafspraken bij burgerparticipatie.
  • De ChristenUnie wil dat de gemeente gebruik blijft maken van publicaties in een huis-aan-huiskrant.
  • De ChristenUnie wil dat de gemeente burgers informeert middels een gebruiksvriendelijke website, goede apps en sociale media.
  • De gemeente gebruikt bij schriftelijke communicatie met inwoners eenvoudig Nederlands (taalniveau B1).
  • Digitale middelen worden volop ingezet. Denk aan een app waarmee je klachten over het openbaar gebied met foto en al direct bij de gemeente kan melden.
  • Waar het gemak de mens dient loopt de dienstverlening zo veel mogelijk digitaal. Hierbij moet de gemeente ook laagdrempelig toegankelijk blijven voor iedereen. Waar het bijvoorbeeld gaat om zorgvragen of sociale ondersteuning blijft vanzelfsprekend het persoonlijk gesprek over behoeften bestaan.

1.3 Samenwerking in de regio

De ChristenUnie wil minder bestuurlijke drukte. Bestuurlijke samenwerkingsverbanden zoals gemeenschappelijke regelingen vragen een kritische houding. Een gemeenschappelijke regeling mag er niet toe leiden dat de gemeente geen eigen beleid meer kan voeren. Ook is belangrijk dat de raad zicht en controle houdt op besluiten die een WGR neemt.         

  • Keuzes voor schaalvergroting (samenwerking met andere gemeenten in allerlei gradaties) worden gemaakt op basis van inhoud, kwaliteit, draagvlak en herkenbaarheid.
  • De ChristenUnie steunt (het wettelijk mogelijk maken van) initiatieven die kaderstelling en controle rondom samenwerkingsverbanden versterken.
    De raad maakt afspraken over hoe gemeenschappelijke regelingen vanuit de raad worden gevoed en gecontroleerd.
  • De ChristenUnie zet zich ervoor in om de voordelen van schaalvergroting te laten samengaan met de grote verworvenheden die samenhangen met de kleinschaligheid van de dorpsgemeenschappen en buurtschappen.
  • In regionaal verband steunt de ChristenUnie van harte de nieuwe vormen van samenwerking zoals die in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden gestalte krijgen. Ook samenwerking met de gemeenten aan de zuid- en westrand van de Alblasserwaard is waardevol. Het behoud en versterken van het eigene van stad en platteland is wat ons betreft een belangrijk uitgangspunt, en een voorwaarde voor een werkelijk vruchtbare samenwerking.

1.4 Financiën

Van de gemeente verwachten wij dat zij een betrouwbare, goede rentmeester is van de beschikbare middelen. Structurele uitgaven, zoals onderhoud van de openbare ruimte, wegen en onderwijshuisvesting, moeten kunnen worden betaald uit strucurele inkomsten. De gemeente koopt duurzaam en circulair in. Keuzes en resultaten zijn meetbaar. De gemeente als ambtelijke organisatie moet blijven werken aan doelgerichtheid en efficiëntie. Rekenkameronderzoeken kunnen daarbij behulpzaam zijn, mits ze gericht worden ingezet en geen (politiek) doel op zich worden. In de afgelopen periode is het takenpakket van de gemeenten flink uitgebreid. Hierbij zijn de financiële risico’s toegenomen. Daarmee is de noodzaak versterkt om alle risico's beter in beeld te brengen en te beheersen.

  • De ChristenUnie kiest voor degelijk financieel beleid. Dat betekent een solide en realistische gemeentebegroting. Investeringen en de lasten die deze op de lange termijn met zich meebrengen worden verantwoord begroot.
  • Het meerjarig onderhoud van de openbare ruimte wordt realistisch begroot. In een dunbevolkt veengebied is het investeren in infrastructuur een kostbare zaak en vereist veel onderhoud. Gemeentelijk groen vertolkt vaak alleen aan de kostenkant een financiële waarde, terwijl de opbrengst ervan niet financieel inzichtelijk is. Naast het leveren van estetiche waarde spelen bomen een grote rol in CO2 opslag, wateropname en -afvoer, warmteabsorptie, zuurstofproductie, enz. Om deze waardetoevoeging financieel inzichtelijk te maken en daarmee een reëler zicht te krijgen op de exploitatielasten van het onderhoud en de bewustwording van natuurwaarde te vergroten, wordt het programma I-tree ingezet. Dit programma maakt het mogelijk om alle bomen in de kernen van deze financiële waarden te voorzien.
  • De dienstverlening van de gemeente (o.a. leges) zijn zover mogelijk kostendekkend. Dit mag echter niet leiden tot dermate hoge leges die niet in verhouding staan tot de verleende dienst of vergunning.
  • Bij het inkoopbeleid zijn in Molenlanden duurzame criteria een harde eis (fair trade, social return on investment en maatschappelijk verantwoord ondernemen en door het mogelijk te maken dat (zorg)inkooporganisaties cao-lonen kunnen volgen).
  • Wmo-middelen die we van het Rijk ontvangen moeten aan de Wmo worden besteed. Wat ons betreft worden eventuele middelen die overblijven in een aparte zorgreserve gereserveerd voor eventuele knelpunten.
  • De OZB dient als sluitpost van de begroting, pas als er geen andere opties meer zijn wordt de OZB verhoogd. Een slanke overheid mag leiden tot lagere lasten voor de burger. Dat betekent wat de ChristenUnie betreft geen automatische inflatiecorrectie.
  • De ChristenUnie is voor experimenten met burgerbegrotingen waarbij het budgetrecht van de raad overeind blijft.

Hoofdstuk 2: Veiligheid

Waar staat de ChristenUnie voor?
De overheid heeft de plicht om inwoners te beschermen en criminaliteit te bestrijden. Elke kern of buurt heeft een eigen aanpak nodig en inwoners moeten betrokken zijn bij het formuleren daarvan. Juist burgers, winkeliers, scholen, politie en woningcorporaties dragen bij aan goede buurten. Dat zijn buurten waarin jongeren veilig naar school gaan en ruimte hebben om te spelen, waarin ouders met een gerust hart wonen, werken en winkelen en waarin ouderen zonder zorg over straat kunnen, actief kunnen zijn en nog voluit van het leven kunnen genieten.

2.1 Een veilige samenleving 

Ook bij de aanpak van veiligheidsproblemen toont de ChristenUnie haar hart voor de samenleving. Hard waar het moet, zacht waar het kan, maar altijd met een hart. De ChristenUnie heeft aandacht voor slachtoffers en hun omgeving en stimuleert een effectieve, op herstel gerichte, aanpak van daders.

De gemeente stelt een integraal veiligheidsbeleid vast, dat gebaseerd is op onderzoek en ervaringen in de verschillende kernen. Betrokkenheid van inwoners en organisaties is van groot belang bij de analyse van veiligheidsproblemen en bij het stellen van prioriteiten bij de oplossing daarvan. In een veiligheidsplan staan doelen en verantwoordelijkheden van de organisaties die in samenwerking een rol spelen bij veiligheid. De ChristenUnie wil dat het integraal veiligheidsplan tijdig door de raad wordt vastgesteld, zodat de gemeente invloed kan uitoefenen op het vaststellen van de prioriteiten voor de politie. Minstens één keer per jaar moet er overleg zijn tussen gemeenteraad, burgemeester, politie en openbaar ministerie waarin gesproken wordt over resultaten. Daarbij wordt ook verslag gedaan van de inzet van mensen en middelen, onderlinge samenwerking, aanrijdtijden e.d. van politie, brandweer en ambulances. De gemeenteraad moet een stevige vinger aan de pols houden bij beleid dat naar de veiligheidsregio's is verplaatst.

Burgers worden, als oren en ogen van de politie, actief betrokken bij de veiligheid op straat, in hun dorp en in huis. Dit kan door de inzet van Burgernet en van internet, zoals WhatsApp-groepen. Cameratoezicht is een prima middel, maar de ChristenUnie wil het beperkt (proportioneel) toepassen en inbedden in goede wetgeving (privacy) en in een goede cyclus van beleid, uitvoering en evaluatie.


De ChristenUnie stimuleert dat inwoners gemakkelijk melding kunnen maken van overlast en van crimineel gedrag, waarbij de politie contact legt met de melder over de resultaten. De mogelijkheid van het anoniem aangifte doen, biedt burgers in sommige gevallen veiligheid, maar is nog onvoldoende bekend. De ChristenUnie vraagt om voorlichting over deze mogelijkheid.

De ChristenUnie hecht aan de rol van de wijkagent als aanspreekpunt voor burgers in de wijk en zijn coördinerende taak naar andere agenten en de gemeente toe om problemen in de wijk concreet aan te pakken. Een veilige gemeente betekent ook een goed uitgeruste brandweer en inzet conform het regionale dekkingsplan; acceptabele aanrijtijden voor ambulances en de inzet op verkeersveilige gedragsbeïnvloeding.

  • Er wordt ingezet op extra beschikbaarheid en zichtbaarheid van de wijkagent, o.a. in de vorm van een steunpunt in elke kern waar burgers hun wijkagent kunnen spreken.  
  • Inwoners worden, eventueel per kern, in klankbordgroep dan wel dorps(be)raad betrokken bij het opstellen van het veiligheidsplan en de prioriteiten.
  • De gemeente zorgt voor lage drempels voor het doen van (anoniem) aangifte en voor goede terugkoppeling door politie.
  • De kosten van vandalisme worden verhaald op daders. De gemeente publiceert regelmatig de resultaten hiervan en de omvang van de schade ten gevolge van vandalisme.
  • Burgers worden betrokken bij veiligheid in hun directe omgeving d.m.v. Burgernet, en Buurtpreventie Apps.

2.2 Drugs en drank

Mensen zijn geschapen door God. Zij zijn te waardevol om in drugs en drank hun vrijheid en waardigheid kwijt te raken.

De ChristenUnie wil de aanwezigheid van coffeeshops en het gebruik van drugs en alcohol actief tegengaan en streng optreden bij overlast. Signalen uit de buurt wegen daarbij zwaar. De ChristenUnie is tegen het zelf telen van wiet door gemeenten en is geen voorstander van experimenten in Molenlanden. Wiet is en blijft een verboden middel. Tegen illegale hennepkwekerijen wordt snel en hard opgetreden.

Met de Drank- en Horecawet van 2013 is de nodige ervaring opgedaan met gemeentelijke handhavingstaken. Deze handhaving vraagt om voldoende beschikbare en goed geschoolde handhavers. Wij vragen extra alertheid op de handhaving van leeftijdsgrenzen. De ChristenUnie wil dat de strijd tegen drankmisbruik gevoerd wordt samen met scholen, ouders, kerken, verslavingszorg, horeca, politie, sportverenigingen en andere betrokkenen.

  • De gemeente organiseert voldoende toezichtcapaciteit voor de Drank- en Horecawet.
  • Reclamestunts voor alcoholische dranken worden via convenanten of via de APV aan banden gelegd.
  • De gemeente Molenlanden maakt zich in de regio/provincie sterk voor een taskforce drugs om druggerelateerde criminaliteit en overlast aan te pakken.

Hoofdstuk 3: Zorg

Waar staat de ChristenUnie voor?
Een van de kenmerken van de samenleving van nu is dat bijna iedereen deel uitmaakt van een of meerdere netwerken van mensen, zoals gezinnen, klassen in scholen, vriendengroepen, de straat en de buurt, online netwerken en sociale media. Tegelijk is er sprake van individualisme en van eenzaamheid en zijn er mensen die niet mee kunnen komen. We hebben een periode van grote bezuinigingen en hervormingen gehad waardoor inwoners zelf verantwoordelijk zijn geworden voor het regelen van ondersteuning. Dit heeft geleid tot teleurstelling en zorgen. Er zijn ook mensen tussen wal en schip beland. De ChristenUnie blijft inzetten op een participatiesamenleving; het is belangrijk dat mensen elkaar als het kan helpen en voor elkaar zorgen. Tegelijk moet de gemeente zorgen voor passende ondersteuning en hulp aan mensen, die het niet op eigen kracht redden.

De ChristenUnie wil in Molenlanden bijdragen aan een samenleving waarin iedereen ertoe doet en meedoet. Onze gemeente heeft in de afgelopen periode veel meer taken gekregen en dus een grote verantwoordelijkheid als het gaat om de zorg voor kinderen, jongeren en kwetsbare inwoners. Niet alles in dit proces is goed gegaan, maar de ChristenUnie steunt de veranderingen omdat het goed is om een samenhangend zorg- en preventieaanbod zo dicht mogelijk bij onze bewoners te organiseren.

Uitgangspunt van de ChristenUnie is dat elk mens waardevol is en dat die waarde niet afhangt van prestaties, gezondheid, seksuele geaardheid, afkomst, leeftijd, gewenstheid of geluk. Al het leven, in gaafheid en gebrokenheid, verdient het om tot ontplooiing te komen, te participeren, om te worden beschermd en om zorg te ontvangen als dat nodig is.

3.1 Volksgezondheid

Gezondheid is van invloed op prestaties op school, op het werk en in de maatschappij. Een gezonde leefstijl is eerst en vooral een verantwoordelijkheid van mensen zelf, maar gaat ook de maatschappij aan. Door te investeren in preventie zorgen we ervoor dat mensen (langer) gezond blijven. Wij willen dat jongeren gezond en vrij van verslaving opgroeien.
De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding van de (regionale) gezondheidsdienst (GGD) en daarmee voor het uitvoeren van taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg.

  • Voor jong en oud wordt ingezet op preventie in de vorm van leefstijlverbetering. O.a. door middel van preventieprogramma’s, zoals het project Jongeren op Gezond Gewicht.
  • Verbetering van de luchtkwaliteit krijgt aandacht, vooral op locaties langs drukke verkeersaders.

3.2 Zorg voor kwetsbare inwoners

De ChristenUnie is groot voorstander van zorg die dichtbij is georganiseerd. Zorg op een menselijke schaal en met een menselijk gezicht.

In toenemende mate wordt een beroep gedaan op hulpverlening binnen de kerken. Kerken pakken steeds vaker maatschappelijke taken op. Deze constructieve rol en toegevoegde waarde vragen, met inachtneming van de scheiding tussen kerk en staat, om wederzijds respect en om versterking van de contacten tussen overheid en kerken (diaconieën).

De komende tijd zal de gemeente vol moeten inzetten op het weghalen van de schotten tussen hulp, zorg en participatie en het voorkomen en verminderen van bureaucratie. Dit betekent ook dat de gemeente zorg- en hulpverlende organisaties niet opzadelt met onnodige bureaucratische rompslomp.

De ChristenUnie wil dat er gedacht wordt vanuit de zorgvraag van burgers; mensen gaan boven systemen. We kijken daarbij naar kwaliteit en keuzevrijheid en niet naar prijs. Een keukentafelgesprek wordt een gesprek waarin de zorgvrager zelf aangeeft wat hij of zij nodig heeft, welke richting van hulpverlening wordt ingezet, wie kan helpen en ondersteunen bij het hervinden van de eigen kracht. Medewerkers voeren namens de gemeente gesprekken met hulpvragers in sociale teams en keukentafelgesprekken).

  • Bij aanvragen van inwoners voor ondersteuning door de gemeente wordt een gesprek gevoerd met de aanvrager, samen met andere gezinsleden, mantelzorgers of een onafhankelijke cliëntondersteuner.
  • De ChristenUnie wil ruimte bieden aan zorgverleners/hulpverleners om met creatieve oplossingen te komen om maatwerk te leveren.
  • De ChristenUnie wil de mogelijkheid onderzoeken om (meer) zorgcoöperaties op te richten, die mensen helpen langer zelfstandig te wonen.  
  • Integrale afwegingen worden gemaakt in één beschikking voor zowel Wmo, jeugdhulp, participatiewet, minimabeleid, enz.
  • De aanvrager wordt indien gewenst actief ondersteund door een onafhankelijke adviseur bij het formuleren van een hulpvraag en bij het kiezen van de juiste oplossingen.
  • De gemeente zorgt ervoor dat inwoners goed geïnformeerd zijn over mogelijkheden voor ondersteuning. Dit wordt bereikt door de inzet van een door de regio ZHZ gefaciliteerd cliëntenportaal en daarnaast een door de gemeente Molenlanden geboden digitale Hulpwijzer met meer informatie over lokale hulpinstanties.
  • De mogelijkheid van Eigen-Krachtconferenties en het aanbieden van een familiegroepsplan moet in de lokale (Wmo-) verordening actief worden aangeboden.
  • Een persoonsgebonden budget (pgb) is een van de instrumenten om passende zorg onder regie van de zorgvrager aan te vragen. De ChristenUnie wil het dat pgb-gebruik mogelijk blijft en dat inwoners die mogelijkheid kennen. Zo hebben zorgvragers altijd de mogelijk om identiteitsgebonden of andere noodzakelijke zorg in te kopen als deze niet gecontracteerd is.
  • Er is structureel overleg tussen kerken (diaconieën) en de gemeente om kerken een volwaardige plaats te geven in de sociale structuur van de individuele kernen.  
  • Een eigen bijdrage voor zorg/ondersteuning mag nooit leiden tot zorgmijding.
  • De ChristenUnie wil meer hergebruik en delen van (zorg-)middelen.
  • De gemeente werkt in overleg met onderwijs, bibliotheken en sociale teams de aanpak van laaggeletterdheid.
  • De gemeente organiseert een onafhankelijke ombudsfunctie, die kan bemiddelen tussen cliënten en gemeente.
  • Onder het motto iedereen tot 18 jaar moet mee kunnen doen wil de ChristenUnie de grens van de bijstandsnorm voor jongeren die niet mee kunnen doen aan sport, muziek of buitenschoolse activiteiten verruimen van 120% naar 140% van de bijstandsnorm.

3.3 Minimabeleid

De ChristenUnie kiest voor een ruimhartig minimabeleid.

  • De grens om in aanmerking te komen voor extra ondersteuning wordt verruimd van 120% naar 140% van de bijstandsnorm. Dit gebeurt in samenwerking met Stichting Leergeld en AVRES.
  • De ChristenUnie pleit voor maatwerk bij regelingen voor de groep inwoners die qua inkomen net boven de bijstandsnorm zitten.
  • De ChristenUnie wil meer inzetten op preventie en vroegsignalering van armoede, dit in samenwerking met scholen, sportverenigingen, kerken, woningcorporaties en nutsbedrijven.
  • De ChristenUnie wil dat sportvoorzieningen bereikbaar zijn/blijven voor minima en gehandicapten.
  • De ChristenUnie kiest voor doelgerichte en laagdrempelige voorlichting over geld en budgetbeheer, in samenwerking met AVRES. De inzet van bijvoorbeeld De Geldkrant op maat is hiervoor een effectief hulpmiddel.
  • De ChristenUnie wil de toegang tot preventief budgetbeheer voor kwetsbare groepen zo laagdrempelig mogelijk makenbijvoorbeeld door de inzet van partijen zoals Schuldhulpmaatje

3.4 Mantelzorgers en vrijwilligers

Dagbesteding en respijtzorg zijn belangrijk om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Daarom zet de ChristenUnie in op respijtzorg, waardering van de mantelzorger en het proactief benaderen van mensen die mantelzorger zijn geworden.

  • De gemeente biedt een ruim aanbod in mantelzorgondersteuning, waaronder een respijtvoorziening.
  • De gemeente wijst mensen die mantelzorger zijn of worden actief op ondersteuning, ook als ze in een andere gemeente mantelzorg verlenen.
  • De gemeente ontwikkelt een visie op informele zorg en de manier waarop de informele zorg zich verhoudt tot de formele zorg.
  • De gemeente faciliteert de coördinatie van informele zorg.
  • De gemeente laat op gepaste wijze de waardering voor de inzet van vrijwilligers in de mantelzorg blijken, bijvoorbeeld in de vorm van een mantelzorgcompliment.

De ChristenUnie is trots op al het werk dat de vele vrijwilligers verzetten. Vrijwilligers zijn van onschatbare waarde binnen onze samenleving. Daarom wil de gemeente vrijwilligerswerk faciliteren en niet moeilijker maken door extra regels of beperkingen. Dit geldt voor het doen van vrijwilligerswerk naast een uitkering, maar ook voor het geven van mantelzorg naast een baan en het activeren van vluchtelingen door middel van vrijwilligerswerk.

  • Vrijwilligers kunnen, indien nodig, een gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verkrijgen.
  • Jongeren die een bijzondere bijdrage leveren aan de samenleving verdienen het om in het zonnetje gezet te worden. Bijvoorbeeld door het uitreiken van jeugdlintjes.
  • Er zijn grenzen aan wat we als vrijwillige inzet van de inwoners mogen verwachten. Vrijwillige inzet mag nooit verplicht worden.
  • We waarderen onze vrijwillige brandweer. Die verdient de steun van de gemeente. De jeugdbrandweer is ook een een onmisbaar initiatief en een broedplaats voor talentvolle brandweerlieden. 

3.5 Iedereen telt mee en doet mee

In de afgelopen periode is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, mede dankzij inspanningen van de ChristenUnie, geratificeerd. Een inclusieve samenleving is daardoor dichterbij gekomen. Maar de ChristenUnie wil verder. Mensen met een beperking moeten mee kunnen doen. Ook daarvoor wil de ChristenUnie zich vol inzetten. Om die reden wil de ChristenUnie een inclusieagenda opstellen voor Molenlanden om zo werkelijke stappen te maken naar de inclusieve samenleving. De gemeente zorgt dat haar gebouwen en voorzieningen goed toegankelijk zijn voor alle inwoners;

  • De openbare ruimte en het openbaar vervoer worden op zo’n manier ingericht dat mensen met een beperking zich thuis voelen in Molenlanden en zich er zelfstandig kunnen redden.
  • De gemeente werkt aan het ontwikkelen én uitvoeren van een lokale inclusie-agenda. Dit kan mogelijk inhoud krijgen door middel van een campagne om de acceptatie van handicaps en beperkingen te bevorderen. De doelgroep en hun netwerk worden hier actief bij betrokken.
  • De gemeente zorgt ervoor dat (gemeentelijke) evenementen toegankelijk zijn voor bezoekers met een beperking.
  • De gemeente hanteert eenvoudig taalgebruik.
  • De gemeente zoekt actief naar mogelijkheden om kinderen met een beperking te laten sporten.
  • De gemeente maakt het mogelijk dat mensen met een verstandelijke beperking toegang hebben tot het stemlokaal en het stemhokje om hun stem uit te brengen.

3.6 Ouderen

Ouderen betekenen veel voor onze samenleving. Ze verdienen aandacht en steun, juist in deze tijd. Veel ouderen functioneren prima en weten lang hun weg zelfstandig of met zelf georganiseerde hulp of netwerken te vinden. Maar vaak ontstaat door lichamelijke of geestelijke klachten een verminderde mobiliteit. Eenzaamheid wordt zo een steeds groter risico. De ChristenUnie heeft oog voor een ouderenvriendelijke samenleving en zet zich in om eenzaamheid te bestrijden.

  • Hulp en ondersteuning voor ouderen moet makkelijk toegankelijk zijn, o.a. via (onafhankelijke) cliëntondersteuners, toegankelijke informatievoorziening en sociale netwerken.
  • In overleg met de wijk, diaconieën of verenigingen wordt gekeken hoe voorzieningen met een sociale functie open kunnen blijven, bijvoorbeeld door zelfbeheer.
  • Sport en bewegen voor ouderen is een speerpunt in het gemeentelijke sportbeleid.
  • De ChristenUnie wil dat ouderen ouder dan 75 standaard een bezoek krijgen vanuit het sociale team/welzijnsorganisaties om (verborgen) problemen, zoals eenzaamheidsproblematiek op te sporen.
  • Zingeving wordt bij gesprekken met ouderen met een zorgvraag (keukentafelgesprek) een bespreekbaar onderwerp. Zo nodig maakt de gemeente hiervoor gebruik van deskundigheid van kerken of andere religieuze organisaties.
  • Molenlanden wordt een dementievriendelijke gemeente.
  • De website van de gemeente is ouderenproof. Per kern is er een actuele sociale kaart, die ook in gedrukte vorm beschikbaar is.
  • Ouderen hebben makkelijk toegang tot een cursusaanbod om digitaal vaardiger te worden.

Langer zelfstandig
Steeds meer mensen met een zorgvraag moeten langer thuis blijven wonen. Woningen moeten dus geschikt zijn voor ouderen en mensen met een beperking. De ChristenUnie vindt dat de gemeente Molenlanden daarin, samen met woningeigenaren en woningcoöperaties een grote verantwoordelijkheid heeft. Niet alleen woningen maar ook de openbare ruimte moet toegankelijk en veilig zijn en uitnodigen tot ontmoeting en activiteiten. Het sluiten en centreren van voorzieningen is voor de ChristenUnie dan ook een punt van zorg en aandacht.

  • Woningeigenaren krijgen voorlichting over het levensloopbestendig maken van hun woning.
  • De gemeente biedt de Blijverslening aan zodat particulieren hun woning makkelijker kunnen aanpassen.
  • Er komen afspraken met woningcorporaties om woningen geschikt te maken voor bewoners die zware zorg nodig hebben.
  • Er zijn voldoende aangepaste zorgwoningen, ook voor de groep jongvolwassenen met een psychiatrische achtergrond.
  • Elke kern heeft een ontmoetingsplek voor ouderen nodig met een aanbod van activiteiten die ouderen helpen langer zelfstandig en actief te blijven.
  • De openbare ruimte moet veilig en toegankelijk zijn en ruimte bieden voor ontmoeting.
  • De regels voor het realiseren van mantelzorg- en kangoeroewoningen worden waar nodig nog soepeler toegepast en beter onder de aandacht gebracht.

3.7 Opvang

De gemeente heeft de verplichting mensen die door wat voor oorzaak dan ook geen dak boven het hoofd hebben, opvang te bieden. Opvang heeft als doel te voorzien in basisbehoeften, mensen tot rust te laten komen en vervolgens te begeleiden naar noodzakelijke hulp en uiteindelijk weer naar zelfstandigheid.

  • Er is voldoende en adequate opvang voor dak- en thuislozen. Niemand in Molenlanden slaapt buiten zijn/haar wil op straat.
  • Opvang is zo kort en zo sober mogelijk; cliënten worden zo mogelijk verplicht via een hulptraject stappen te zetten om het eigen leven weer op te pakken.
  • Jongeren en gezinnen in de opvang krijgen speciale aandacht.
  • De gemeente zorgt voor (eventueel tijdelijke) woonvormen voor mensen met een acute woonbehoefte, bijvoorbeeld door scheiding of schulden.

Vluchtelingen
De gemeente Molenlanden is verantwoordelijk voor een goede opvang van vluchtelingen. Mensen die huis en haard hebben verlaten moeten een veilig onderkomen krijgen. We zijn ons er van bewust dat het draagvlak hiervoor soms kwetsbaar is. Daarom willen we dat nieuwkomers zo snel mogelijk opgenomen worden in onze samenleving. Dat begint met de taal leren, maar ook dat gaat sneller en beter als nieuwkomers actief deelnemen aan de maatschappij. De ChristenUnie pleit allereerst voor gespreide, kleinschalige opvang van vluchtelingen. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) verdienen bijzondere aandacht. Het percentage dat voor problemen zorgt en een opleiding niet afmaakt is hoog.

De gemeente Molenlanden zorgt ervoor dat de taakstelling voor huisvesting van statushouders gehaald wordt, maar moet ook bewaken dat dit niet tot verdringing op de huizenmarkt leidt. Dit kan door (tijdelijk) extra huisvesting te realiseren, en door het verbouwen van bijvoorbeeld kantoorpanden tot woningen. De gemeente dient hier zo nodig actief het gesprek over aan te gaan met het provinciebestuur. ‘Asielzoekerwijken’ zijn absoluut onwenselijk; daarom is spreiding belangrijk.

Nieuwkomers moeten zo snel mogelijk deel kunnen nemen aan (vrijwilligers)werk en participeren in verenigingen. Mogelijkheden om actief kennis te maken met en deel te nemen aan de maatschappij helpen nieuwkomers bij hun integratie. Initiatieven vanuit de samenleving die hiervoor georganiseerd worden, verdienen aanmoediging en ondersteuning. Belangrijk is tegelijk dat nieuwkomers leren dat de Nederlandse normen en waarden leidend zijn.

De ChristenUnie vindt dat iedereen recht heeft op onderdak. Dat geldt ook voor uitgeprocedeerde asielzoekers en staatlozen. Zolang de buitenschuldregeling onvoldoende werkt of landen van herkomst onvoldoende meewerken aan terugkeer mogen uitgeprocedeerden daar niet de dupe van zijn. Gemeenten moeten tenminste minimale opvang (bed, bad en brood) bieden, ook wanneer de landelijke regeling hiervoor is stopgezet.

  • De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor het huisvesten van statushouders. Indien nodig worden er extra (tijdelijke) woningen of alternatieve woonvormen gerealiseerd.
  • Activiteiten vanuit de samenleving die taal en participatie van nieuwkomers bevorderen worden omarmd.
  • Voor AMV’ers wordt er in overleg met het COA en het lokale onderwijs een voorschoolprogramma op de opvanglocatie gestart. De gemeente steunt (financieel) maatjesprojecten, omdat die bijdragen aan de kennismaking met onze waarden, cultuur en taal.
  • De gemeente schakelt het bedrijfsleven in en daagt hen uit statushouders in dienst te nemen.

Hoofdstuk 4: Gezin, jeugd en onderwijs

Waar staat de ChristenUnie voor?
Kinderen en jongeren hebben de toekomst. De gemeente Molenlanden moet daarom inzetten op veilige gezinnen, veilige scholen en veilige buurten. De ChristenUnie wil dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben die zo veel mogelijk dicht bij huis en school kunnen krijgen en dat de zorg past bij de identiteit van het gezin.

4.1 Zorg voor kinderen en jongeren

Investeren in gezinnen
Het is hoog tijd om meer aandacht te besteden aan sterke en liefdevolle gezinnen. De ChristenUnie wil dat stellen met kinderen handvatten aangereikt krijgen om te kunnen bouwen aan hun relatie en aan het ouderschap. Zo moet de geboortezorg niet alleen gericht zijn op de lichamelijke voorbereiding op de komst van een kindje, maar ook op de mentale voorbereiding. Onderzoek laat zien dat voorlichting en begeleiding positief werken tegen stress in de relatie. Een kind is het beste af als de ouders het samen goed hebben. Daarom vindt de ChristenUnie het belangrijk dat ouders via onder andere de (consultatie)bureaus op de hoogte worden gebracht van het aanbod van ouderschapscursussen die door het sociaal team worden aangeboden.

In de huidige cultuur zijn de verwachtingen van relaties hoog en tegelijkertijd is trouw in relaties niet vanzelfsprekend. De afgelopen decennia is het aantal echtscheidingen en verbroken relaties fors toegenomen. Voor kinderen is de echtscheiding van hun ouders vaak bijzonder ingrijpend. Steeds meer raken we hiervan doordrongen, zeker als we de verhalen horen over pijnlijke vechtscheidingen. Inzet op ondersteuning en preventie bij relatieproblemen is nodig omdat daarmee kinderen in hun kwetsbare positie worden beschermd en veel relatieleed voor ouders wordt voorkomen.

  • Meer aandacht in de prenatale voorlichting voor psychosociale aspecten en veranderingen in de relatie als gevolg van het vader- en moederschap.
  • Met professionals uit het veld ontwikkelt de gemeente preventief (v)echtscheidingsbeleid, allereerst gericht op het laagdrempelig en vrijwillig versterken van relaties van alle ouders in Molenlanden maar ook op tijdige hulp als een scheiding onvermijdelijk is.
  • In echtscheidingssituaties is er extra aandacht voor begeleiding en ondersteuning van kinderen.
  • Ouderschapscursussen en informatie over relatieondersteuning moeten laagdrempelig beschikbaar zijn. Identiteitsgebonden begeleiding moet mogelijk zijn.

Effectieve ondersteuning
Door de jeugdzorg te decentraliseren heeft het Rijk het vertrouwen uitgesproken in gemeenten dat zij samen met de jeugdzorgaanbieders de jeugdhulp kunnen organiseren. Om de transformatie te laten slagen zal er verder ingezet gaan worden op preventie en vroegsignalering, zodat kinderen eerder worden ondersteund en geholpen. Want ouders en kinderen zijn erbij gebaat als op het juiste moment de juiste zorg beschikbaar is. Zo licht of zo zwaar als nodig is. Hiervoor is nodig dat de zorgvrager, het gezin, samen met de omgeving en professionals een plan maakt.

In het hulpverleningstraject willen we namelijk de eigen kracht en de netwerken van gezinnen inzetten en versterken. Jeugdhulp moet beschikbaar zijn voor alle kinderen en ouders die ondersteuning nodig hebben. Om snel hulp te kunnen aanbieden is het belangrijk om de zorg dichtbij te organiseren. Dit kan door het onderwijs samen met jeugdzorg arrangementen te laten ontwikkelen of de jeugdzorg op scholen spreekuren te geven. De ChristenUnie pleit ervoor expertise in de kinderopvang of school te halen. Ook het aanstellen van een schoolmaatschappelijk werker in het sociaal team is een optie. Zo wordt ingezet op preventie en wordt voorkomen dat op termijn doorstroming naar duurdere en zwaardere vormen van zorg nodig is. Tegelijkertijd ondersteunt het de leerkracht die met zijn of haar zorgen over een kind, samen met de ouders, terecht kan bij een professional, die de zorg overneemt. 

De ChristenUnie wil extra investeren in pleeggezinnen, gezinshuizen en steungezinnen om het aantal uithuisplaatsingen en opvang in instellingen terug te dringen en zwaardere hulpverleningstrajecten te voorkomen.

  • Gezinnen met meerdere problematieken zijn gebaat bij een integrale aanpak waarin betrokken hulpverleningsinstanties nauw samenwerken en daarbij is de aanpak van één gezin, één plan, één coördinator belangrijk.
  • Inkoop van jeugdhulp gebeurt niet alleen op prijs, maar vooral op kwaliteit, beschikbaarheid in de directe omgeving en de aansluiting bij identiteit.
  • Ouders/gezinnen worden actief gewezen op de mogelijkheid om via een PGB identiteitsgebonden of specialistische zorg in te kunnen kopen als de gemeente deze zorg niet heeft ingekocht.
  • Kinderen, jongeren, ouders en scholen worden betrokken bij een integrale visie op jeugdhulp.
  • Jongeren die mantelzorger zijn worden optimaal ondersteund vanuit de Wmo, zodat zij gewoon naar school kunnen gaan en vrije tijd hebben.
  • Extra zorg voor kinderen die met hun moeder in de vrouwenopvang verblijven.
  • De gemeente biedt tienermoeders ondersteuning, zorg en begeleiding.
  • De gemeente ondersteunt de werving van pleegouders, zodat kinderen, als dat wenselijk is opgevangen kunnen worden in hun eigen omgeving.
  • Om gezondheidsproblemen tegen te gaan en het (sociaal) welzijn te bevorderen, zorgt de gemeente ervoor dat ieder kind de mogelijkheid krijgt om te sporten.
  • Omdat leer- en zorgproblemen vaak samenhangen pleit de ChristenUnie voor de positionering van een leerplichtambtenaar in de sociale teams.
  • Scholen geven kinderen én ouders voorlichting over digiveiligheid op scholen en aan ouders, met als doel kinderen bewust en veilig te leren omgaan met internet en sociale media.
  • Het stimuleren en bevorderen van psychische gezondheid bij kinderen en ouders, extra inzet op het voorkomen van depressies en suïcide onder jongeren;
  • De gemeente zorgt, samen met de zorgpartners, voor continuïteit van zorg en ondersteuning als jongeren in de jeugdzorg 18 jaar worden.
  • De ChristenUnie wil dat er in de gemeente een kinderombudsman benoemd wordt, bij wie kinderen en jongeren terechtkunnen met klachten over gemeentelijk beleid.

4.2 Kindermishandeling en Huiselijk geweld

Kinderen hebben het recht om veilig te zijn, om beschermd te worden tegen kindermishandeling. De gevolgen van mishandeling zijn groot. Daarom is het belangrijk dat er extra wordt ingezet op het voorkomen, signaleren en stoppen van kindermishandeling.
Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, moet laagdrempelig bereikbaar zijn en bekend bij alle inwoners van Molenlanden. Voor slachtoffers van huiselijk geweld moet er passende, hulp en/of een veilige opvang zijn, bij voorkeur op een plek waar alle hulp onder een dak geboden kan worden. De registratie bij Veilig Thuis en bij de politie moet zo zijn dat het duidelijk is welke vorm van huiselijk geweld er speelt. Zo kan er snel passende handhaving en zorg ingezet worden.

  • Al bij de zwangerschap vindt er screening plaats op hoog-risicosituaties.
  • Consultatiebureaus bieden begeleiding in het omgaan met huilgedrag van baby’s.
  • De ChristenUnie zet zich in voor een aanpak kindermishandeling waarin aandacht is voor preventie en voor het versterken van de interactie tussen kind, verloskunde, onderwijs, sociale team en Veilig Thuis.

4.3 Onderwijs

Voor kinderen en jongeren is het onderwijs een belangrijke plek. Het is een plek waar ze zich cognitief en sociaal ontwikkelen en waar ze andere kinderen en jongeren ontmoeten. De ChristenUnie is voor de vrijheid van onderwijs. Ouders moeten, vanuit hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen, kunnen kiezen voor een school die aansluit bij de eigen waarden, identiteit en idealen. De gemeente moet de diversiteit van scholen op levensbeschouwelijke en pedagogische gronden respecteren. Dat betekent het tegengaan en voorkomen van bureaucratie en maxiamel vrijheid van scholen om hun eigen beleid vorm te geven.


Al het onderwijs is bijzonder. De scholen in de gemeente Molenlanden zijn niet van de gemeente, maar van de samenleving. De gemeente en het onderwijs delen wel de maatschappelijke opdracht om kinderen en jongeren zich optimaal te laten ontwikkelen.

In Molenlanden biedt het onderwijs gelijke kansen voor alle leerlingen, onafhankelijk van de wijk waarin een school staat of van de financiele situatie van ouders. De onderwijsbesturen zijn verantwoordelijk voor Passend Onderwijs. Het is heel belangrijk dat Passend Onderwijs, preventie en jeugdhulp goed op elkaar afgestemd worden en dat gezamenlijk datgene georganiseerd wordt wat voor die bepaalde school nodig is. Zo wordt de professionaliteit van scholen en samenwerkingsverbanden benut.

Voor het versterken van preventie en vroegsignalering werkt de gemeente zo veel mogelijk faciliterend samen met professionals in het onderwijs en in de vroeg- en voorschoolse voorzieningen.

Kleine scholen zijn vaak scholen die sterk geworteld zijn in hun omgeving. De ChristenUnie heeft zich zowel op landelijk niveau als op het niveau van de gemeenten altijd ingezet voor kleine scholen. Dat blijft de ChristenUnie doen. Er is een sterke tendens in de samenleving om kinderen eerder te laten beginnen met leren. De ChristenUnie vindt dat dit een keuze is van ouders zelf. In het geval er sprake is van (taal)achterstanden wijzen consultatiebureaus ouders actief op de mogelijkheden van vroeg- en voorschoolse voorzieningen.

Daarnaast wil de ChristenUnie dat onderwijs, overheid en arbeidsmarkt meer gaan samenwerken. Dat kan door actief de samenwerking te zoeken, maar bijvoorbeeld ook doordat de gemeente in haar aanbesteding aan plaatselijke aannemers de eis stelt dat stageplekken mogelijk worden mogelijk gemaakt.
Er zijn veel bedrijven in de bouwnijverheid gevestigd in de gemeente Molenlanden. Het zou daarom ook goed zijn als er een technische vakschool zich in de deze regio vestigt.

Helaas ontstaan er regelmatig problemen bij de overgang van kinderen en jongeren van de ene naar de andere vorm van onderwijs. Om die reden stimuleert de gemeente, met oog en waardering voor de eigenheid en identiteit van scholen, samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen en het onderwijs, maar ook de samenwerking tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs en het onderwijs dat daarop volgt. Zeker als het gaat om kwetsbare jongeren.

Naast het onderwijs aan onze kinderen is onderwijs voor sommige volwassenen ook noodzakelijk. De ChristenUnie maakt zich sterk voor een integrale aanpak van laaggeletterdheid en het bevorderen van integratiecursussen waar asielzoekers een plek mogen hebben.

Kinderen en jongeren moeten naar school. De gemeente zet daarom maximaal in op het voorkomen van schooluitval. Zo veel mogelijk jongeren in Molenlanden halen hun startkwalificatie.

  • Mede vanwege de leefbaarheid pleit de ChristenUnie voor het behoud van scholen in de dorpen, ook onder de opheffingsnorm. De ChristenUnie wil in elke kern basisonderwijs.
  • De ChristenUnie wil dat de gemeente binnen de arbeidsmarktregio inzet op een goede aansluiting van het onderwijs, overheid en het bedrijfsleven, met name voor arbeidsmarktrelevante beroepsopleidingen. Naast vmbo en mbo krijgen ook de initiatieven om in de regio nieuwe hbo-instellingen en Praktijkscholen te realiseren onze brede steun.
  • In Molenlanden krijgen kwetsbare jongeren uit het speciaal onderwijs de juiste begeleiding naar een waardevolle plek in onze samenleving.
  • Er komt extra begeleiding vanuit het sociale team in samenwerking met het onderwijs voor overbelaste jongeren die door een complexe thuissituatie niet of weinig naar school gaan.
  • Scholen krijgen ondersteuning bij natuur- en cultuureducatie. Scholen moeten daarbij ruimte krijgen voor een invulling, die bij de identiteit van de school past.
  • De ChristenUnie wil dat er bij huisvesting van onderwijs aandacht is voor duurzaamheid en een goed binnenklimaat.

Hoofdstuk 5: Werk en Inkomen

Waar staat de ChristenUnie voor?
Het hebben van werk is belangrijk. Ons werk is de plek waar talent en verantwoordelijkheid tot hun recht komen. Helaas zijn ook in Molenlanden mensen zonder werk en is het voor hen moeilijk om aan een baan te komen. Er zijn daarnaast te veel mensen die ondanks een baan dichtbij of onder de armoedegrens leven.

We leven in een van de rijkste landen ter wereld maar ook in Nederland is armoede en lukt het niet iedereen het hoofd boven water te houden. De ChristenUnie vindt dat niemand aan zijn of haar lot mag worden overgelaten. Dit vraagt niet alleen om een goede manier van omgaan met de sociale zekerheid maar vooral om het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen mensen zelf aan perspectief kunnen werken. De ChristenUnie zet zich in voor positief bijstandsbeleid door bijvoorbeeld experimenten met sociale coöperaties, regelluwe zones en vormen van regelarme bijstand.

5.1 Aan het werk

De gemeente Molenlanden stimuleert, binnen het regionale samenwerkingsverband, het bedrijfsleven om zich samen met het (beroeps)onderwijs actief in te zetten voor een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt op zowel de korte en middellange termijn.


Voor mensen met beperkingen moet het vanzelfsprekend zijn dat ook zij de mogelijkheid krijgen om hun talenten in te zetten, of dat nou betaald, of via vrijwilligerswerk is. De gemeente geeft hier zelf het goede voorbeeld in en stimuleert bedrijven hier ook actief in. Misbruik van ‘gratis werk’ (zoals werkervaringsplaatsen) dat ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen moet worden aangepakt. Re-integratietrajecten die de kansen op betaald werk aantoonbaar verhogen moeten juist worden gestimuleerd.

De ChristenUnie vindt het belangrijk te benadrukken dat mensen meer zijn dan alleen hun verdienvermogen. Vrijwilligerswerk of op een andere manier participeren in de samenleving kan, zeker voor het welbevinden van iemand, heel waardevol zijn. Ook voor de maatschappij.
Met de Participatiewet is de rol van de sociale werkvoorziening veranderd. Dit vraagt een zorgvuldig proces waarbij de expertise niet verloren mag gaan. Tegelijk zijn gemeenten verplicht beschut werk te bieden. De ChristenUnie is voor een coöperatieve samenwerking tussen Sociale werkplaats en werkgevers.


Voor nieuwkomers is het voor een goede integratie van belang dat zij snel aan de slag kunnen. Ook hier geldt: hoe eerder, hoe beter. Aan vluchtelingen wordt maatwerk geboden om een opleiding te volgen, een leerwerktraject te doen of stage te lopen.

  • De gemeente neemt, in samenwerking met bedrijfsleven, verantwoordelijkheid voor voldoende participatiebanen en kwalitatief goede en voldoende beschutte werkplekken.
  • Als de gemeente helpt, mag een passende tegenprestatie van mensen die daartoe in staat zijn worden verwacht. Daarbij is het belangrijk dat zo veel mogelijk wordt ingezet op de eigen kennis en talenten van mensen.
  • Ondernemers en bedrijven die aantoonbaar succesvolle (re)integratie-trajecten (leerwerktrajecten) bieden, worden beloond.
  • De gemeente zet zich extra in om mensen met psychische klachten aan het (vrijwilligers-)werk te krijgen.
  • In Molenlanden komt een lokaal experiment met regelarme bijstand binnen de grenzen van de wet.
  • In Molenlanden komt er maximale ruimte voor alternatieve re-integratietrajecten, bijvoorbeeld door het instellen van regelluwe zones en door het mogelijk te maken een eigen bedrijfje of onderneming te starten met behoud van uitkering.

5.2 Armoede en preventie

In Nederland leven ruim 400.000 kinderen in armoede. Veelzeggend is dat 60 procent van deze arme kinderen, werkende ouders heeft. De ChristenUnie wil armoede bestrijden, ook in Molenlanden. Armoede leidt vaak tot sociale problemen, slechtere schoolprestaties en armoede levert veel stress op.

Omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen moet maximaal worden ingezet op preventie en vroegsignalering. Gezinnen met kinderen verdienen hierbij extra aandacht. Een vicieuze cirkel van achterstand, waarbij armoede van generatie op generatie over gaat moet zo veel mogelijk worden doorbroken.

  • Er moet een aanbod zijn van doelgerichte en laagdrempelige voorlichting over geld en budgetbeheer.
  • De gemeente spreekt met woningcorporaties en energieleveranciers af dat betalingsachterstanden tijdig worden gemeld en er pas tot (dreigen met) afsluiting of huisuitzetting wordt overgegaan nadat eerst actief hulp is aangeboden, zeker bij gezinnen met kinderen. De gemeente kijkt ook kritisch naar het eigen gedrag als schuldeiser.
  • Voor mensen met een laag inkomen is een collectieve zorgverzekering beschikbaar, met een aantrekkelijk tarief en scherpe randvoorwaarden, zoals o.a. een compensatie van of meeverzekerd eigen risico.
  • De wijzigingen in het rijksbeleid t.b.v. de eigen bijdrage Wmo mogen voor mensen met een laag inkomen niet leiden tot lastenstijging.
  • De toegang tot preventief budgetbeheer voor kwetsbare groepen wordt zo laagdrempelig mogelijk gemaakt.
  • Scholen en (sport)verenigingen wordt gevraagd alert te zijn op signalen van armoede bij kinderen en deze te melden bij het sociale team.
  • Voor chronisch zieken en mensen met een beperking moet er een compensatieregeling zijn.
  • Bij regelingen voor minima moet de gemeente rekening houden met de groep die qua inkomen net boven de bijstandsnorm zit. De armoedeval voor deze kwetsbare inkomensgroep moet worden voorkomen.

5.3 Schulden

Om te voorkomen dat voor zowel mensen zelf, als ook schuldeisers en samenleving de gevolgen van schulden zich in rap tempo opstapelen moet de gemeente snelle en toegankelijke schuldhulpverlening bieden. Ingewikkelde bureaucratie moet zo veel mogelijk worden vermeden.

Het hebben van schulden levert veel stress op en leidt vaak tot geestelijke en lichamelijke klachten. De aanpak van schulden heeft dus haast. Wachttijden moeten zo veel mogelijk worden beperkt en als een schuldhulptraject start moeten schuldeisers zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Om een eventuele wachttijd te benutten moethet bij de eerste melding gebruikelijk zijn ook andere beschikbare partners in te schakelen, zoals Schuldhulpmaatjes.

Dergelijke vrijwilligersorganisaties moeten hierbij ook op steun van de gemeente kunnen rekenen. Dat kan zijn financieel, maar ook in praktische zin, in de aansturing of in kennisoverdracht. En hoewel wij het liefst een samenleving zouden zien waarin voedselbanken niet nodig zijn, zijn wij dankbaar voor het kostbare werk dat zij doen. Ook zij mogen op onze steun rekenen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een locatie of vervoersmiddel.

  • De gemeente maakt als regisseur concrete afspraken met partners als Schuldhulpmaatje, maatschappelijk werk, de Voedselbank en de diaconie om de hulp te stroomlijnen en biedt daarin ondersteuning aan. Na aanmelding moet iemand binnen twee weken bij de schuldhulpverlening terecht kunnen.
  • De gemeente belegt regelmatig bijeenkomsten waar partners elkaar kunnen ontmoeten, kennis kunnen delen en de onderlinge verbinding kunnen versterken.
  • Bij dakloosheid door huurschuld wordt gewerkt aan een gezamenlijke oplossing met woningcorporaties. Corporaties mogen zich niet als preferente schuldeiser opstellen. Gezinnen met kinderen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid komen in aanmerking voor urgentie.
  • In sommige gevallen moet het mogelijk zijn om schulden af te lossen door maatschappelijke inzet.

Hoofdstuk 6: Vrije tijd: kunst, cultuur en sport

Waar staat de ChristenUnie voor?
In cultuur worden de historie van de gemeente, de kerkelijke identiteit en de manier van samenleven van mensen weerspiegeld. De gemeente Molenlanden is rijk aan cultuur. Levendige en actieve historische verenigingen, musea, authentieke molens en boerderijen, het slagenlandschap met prachtige dorpskernen en stad. In cultuur vinden mensen ontspanning en betekenis. Cultuur draagt bij aan een juiste balans tussen in- en ontspanning. De ChristenUnie ziet meerwaarde van groepen mensen die gezamenlijk hun vrije tijd besteden en zet daarom in op het ondersteunen van verenigingen rondom cultuur. Daarbij vindt de ChristenUnie het belangrijk dat kinderen zich leren uitdrukken in muziek en creativiteit en dat ze leren over de geschiedenis van ons gebied. Dat draagt bij aan de individuele ontwikkeling van kinderen en jongeren en daarmee aan een krachtige en creatieve samenleving, wat bovendien een tegenwicht biedt voor het overmatig en passief makend computergebruik. De inzet van de gemeente dient gericht op het stimuleren van deelname, kennismaking en aansluiting van cultuur op het onderwijs aan kinderen en jongeren.

De ChristenUnie pleit voor cultuur en sport in de breedte; bereikbaar en betaalbaar voor iedereen. Investeren in dure cultuurgebouwen is soms nodig maar moet kritisch beoordeeld worden op nut, noodzaak en de financiële haalbaarheid en houdbaarheid op lange termijn.

  • Kinderen uit gezinnen in armoede in Molenlanden kunnen korting krijgen of gratis deelnemen aan muzieklessen en/of sport. De gemeente ontwikkelt hier – in regionaal verband - passend beleid voor.
  • Evenementen moeten veilig en gezond zijn. Niet alleen zijn ze goed toegankelijk maar ook komen er heldere (subsidie-) afspraken over afval/duurzaamheid, geluid en volksgezondheid (drank/drugs).
  • De gemeente stimuleert samenwerking tussen scholen en culturele voorzieningen. Bij het invullen van cultuuronderwijs worden bij voorkeur ook de plaatselijke muziekverenigingen betrokken.

6.1 Monumentenbeleid en musea

Cultuur legt de verbinding tussen verleden, heden en toekomst. Het bewaren en beschermen van objecten, gebouwen, monumenten, documenten en gegevens uit de al dan niet lange lokale en regionale geschiedenis vindt zorgvuldig plaats. Eventueel wordt hiervoor ondersteuning gegeven aan monumenten, musea en archieven. Musea hebben een cultuurhistorisch belang. Enerzijds om te bewaren en te beheren, anderzijds om door te geven en te leren. Het biedt ook kansen om mensen te (re)activeren. Bij de financiering kunnen de regio of derde (particuliere) partijen een rol spelen.  

Kerkelijke gebouwen zijn als religieus erfgoed vaak beeldbepalend en drager van onze culturele identiteit. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat dat er lokaal zicht is op het aantal kerken en de staat ervan.

  • De gemeente ontwikkelt een visie over de toekomst van monumentale kerkgebouwen met speciale aandacht voor religieus erfgoed.
  • Voor de ChristenUnie is toepassing van 1% norm van de bouwsom voor kunst geen vanzelfsprekendheid. Particuliere initiatieven hebben de voorkeur.

6.2 Bibliotheken

Bibliotheken zijn van belang voor het leesonderwijs aan onze kinderen, het bestrijden van laaggeletterdheid en bieden alle inwoners leesplezier en toegang tot informatie (ook digitaal). Nieuwe en innovatieve manieren om de bibliotheekfunctie te behouden en te versterken verdienen de ruime steun. Samenwerking met scholen, gemeenschappelijke voorzieningen en dorpsraden verdient aandacht.


6.3 Sport

Beleid op de gebieden sport, cultuur en recreatie richt zich vooral op stimulering van deelname, ondersteuning en faciliteren van verenigingen en initiatieven. Er moet sprake zijn van een gedegen voorzieningen- en accommodatiebeleid. Daarbij zet de ChristenUnie in op toegankelijkheid en bereikbaarheid, zowel financieel als praktisch.

De focus van de gemeente ligt op de breedtesport en amateurverenigingen.. De gemeente moet goed in beeld hebben wat de behoeften zijn aan voorzieningen op het gebied van sport en daar een (financiële) meerjarenplanning voor maken. Accommodaties zijn kostbaar; het is van belang dat verenigingen in redelijkheid bijdragen aan exploitatie en onderhoud, hetzij financieel, hetzij met vrijwilligers.

In het accommodatiebeleid van de gemeente wordt getracht alle verenigingen op een passende en eerlijke maar ook financieel gedegen wijze te bedienen. Gebouwen worden zo veel mogelijk multifunctioneel benut, enerzijds om het gebruik te optimaliseren, anderzijds om dwarsverbanden tussen (brede) scholen, sportverenigingen, kinderopvang, peuterspeelzalen, bibliotheken, muziekscholen, zorginstellingen, etc. te benutten en samenwerking te versterken.

  • De ChristenUnie wil dat de exploitatielasten van bestaande accommodaties naar beneden gaan door in te zetten op lagere energielasten door het verduurzamen van gebouwen en lichtinstallaties.
  • De ChristenUnie kiest voor lage huren van dorpshuizen voor verenigingen.
  • De ChristenUnie wil in alle kernen een dorpshuisfunctie (dorpshuis/MFC/buurthuis of andere geschikte locatie), zo mogelijk met vrijwillige inzet van dorpsbewoners.
  • Zelfwerkzaamheid van verenigingen wordt maximaal bevorderd.
  • Bij nieuwe aanbestedingen willen wij de duurzaamheidsopgave nadrukkelijk betrekken in de bouwplannen.
  • Gemeentelijke subsidies voor sportverenigingen worden verstrekt ter bevordering van deelname door jongeren.

Sportstimulering
Sporten is niet alleen gezond en leuk maar sport bindt ook samen. Sportstimulering en specifiek het betrekken van minima, ouderen, jongeren mensen met een beperking en mogelijk andere doelgroepen is daarom een speerpunt. De ChristenUnie pleit voor verenigingen met een sterke verbinding tussen het sociale en het gezondheidsdomein.

Het creëren of uitbreiden van fiets-, vaar-, wandel-, nordic walking, mountainbike- en/of hardlooproutes is een doeltreffende en kostenvriendelijke manier om zowel bebouwde als natuurlijke omgeving voor recreatie en beweging toegankelijk te maken. Zeker als dit in regionaal verband uitgewerkt wordt. Aanleg van vaar- en kanoroutes kan (mede) gefinancierd worden door private partijen.

  • In het beleid van de gemeenten wordt ruim aandacht geschonken aan voorlichting aan minima, zodat regelingen optimaal benut worden om sport- en cultuurdeelname mogelijk te maken, zoals Stichting Leergeld.
  • In regioverband wordt onderzocht hoe met kleine inspanningen knelpunten in de recreatieve structuren kunnen worden weggenomen en nieuwe routes kunnen worden ontgonnen.
  • De ChristenUnie wil in elke kern goede speelvoorzieningen. De grotere kernen krijgen de mogelijkheid om naast kinderspeeltoestellen te kiezen voor publieke fitnessapparaten.
  • Alcohol, roken en sport gaan niet samen. Het alcoholgebruik door kinderen en jongeren in sportkantines tijdens en aansluitend aan sportactiviteiten wordt ontmoedigd. Een alcoholconvenant tussen de gemeente en sportverenigingen kan hier een mooi instrument voor zijn.
  • Buurtsportcoaches kunnen de verbinding tussen sport, onderwijs en zorg bevorderen.
  • Zwemvaardigheid is voor elk kind belangrijk. We zijn zuinig op onze zwemvoorzieningen. Elk kind in Molenlanden heeft aan het einde van de basisschoolleeftijd een zwemdiploma ABC. Gezinnen met een smalle beur kunnen voor het bekostigen van een zwemcursus een beroep doen op de beschikbare voorzieningen.

Hoofdstuk 7: Economie en bedrijfsterreinen

Waar staat de ChristenUnie voor?
Voor de ChristenUnie draait het in de lokale en regionale economie om doeltreffende samenwerking, duurzaamheid en passende bedrijvigheid. Samen willen we werken aan een gemeente die floreert in haar oorsprong: groen, gezond én slim.

Dat betekent dat Molenlanden voor alles een aantrekkelijke woongemeente is, waar inwoners met elkaar de rust van het platteland koesteren en waar geen ruimte is voor ongebreidelde industriële activiteiten of grootschalige bedrijvigheid. Het uitgangspunt van een goede samenhang tussen wonen en werk, leidt tot stimulering van economische activiteiten die wél passen bij de schaalomvang en het karakter van onze gemeente en de daarin liggende kernen. De ChristenUnie koestert de economische dragers van ons gebied: steun voor de agrarische sector als gezichtsbepalende bedrijfstak; een goed ondernemersklimaat voor industriële bedrijvigheid en middenstand in de kernen; stimulansen voor ‘slow recreatie’ als gebiedseigen product. We zien ook mogelijkheden voor (niche) bouwbedrijven ten behoeve van restauratie-, herstel- en (ver)bouwactiviteiten van landschapspecifieke gebouwen – zowel bestaand (cultureel erfgoed) als ook (toekomstige) nieuwbouw. Tegelijk draagt elke vorm van detailhandel in de kernen bij aan de leefbaarheid. Vestiging van nieuwe en behoud van bestaande detailhandel verdient dus alle steun. 

  • De gemeente stimuleert de ontwikkeling en uitvoering van het Economisch Actieplan om doeltreffende samenwerking, duurzaamheid en passende bedrijvigheid te concretiseren en te werken we aan een gemeente die floreert in haar oorsprong: groen, gezond én slim.
  • De gemeente gaat actief een beleidsplan opstellen om recreatie en toerisme in de leefomgeving in te passen. Advisering van de Raad voor de Leefomgving en infrastructuur (RLI) en de samenwerking in de regio en met de provincie zijn hierbij onontbeerlijk.
  • Bundeling van bedrijven en herstructurering van bedrijventerreinen.
  • Leegstand optimaal inzetten, waarbij flexibele inzet van gebouwen (bedrijfsmatig gebruik, horeca-/ detailhandel bestemming, alsook wonen) steeds essentiëler wordt;

Win-win situaties bevorderen tussen ondernemers en samenleving bevorderen.

De gemeente zet in op het aantrekken en versterken van duurzame werkgelegenheid met de focus op gebiedseigen economische ontwikkeling (agrarische sector, slow-recreatie).

  • Er komen geen winkelcentra in het buitengebied (grootschalige winkels/ outletcentra), om een levensvatbare middenstand overeind te houden.
  • De lokale middenstand is belangrijk, met name waar zij voorziet in de dagelijkse levensbehoeften.
  • In kleine kernen worden functies zo veel mogelijk behouden en waar mogelijk gecombineerd (detailhandel, bibliotheek, bank, enz.).
  • De gemeente zet zich in voor goede samenwerking met omliggende gemeenten en de provincies Zuid-Holland en Utrecht als het gaat om het aantrekken van werkgelegenheid.
  • Er is één (digitaal) loket waar ondernemers en bedrijven met alle (aan)vragen terecht kunnen.
  • De inkoop van de gemeente dient zo veel mogelijk lokaal dan wel regionaal te worden ingevuld.
  • Lokale bedrijven hebben bij gemeentelijke aanbestedingen een eerlijke kans op deelname. Sociale ondernemers krijgen een grotere kans bij aanbestedingen en overheidsinkoop. Bij alle aanbestedingen is social return een voorwaarde. 
  • ZZP’ers en start-ups kunnen rekenen op praktische ondersteuning, bijvoorbeeld door op de gemeentelijke centrale werklocatie in Bleskensgraaf en de gemeentelijke servicelokaties flexplekken beschikbaar te stellen.
  • De gemeente stimuleert de beschikbaarheid van snel internet, door middel van een glasvezelnet, in de hele gemeente, inclusief het buitengebied.
  • De ChristenUnie wil dat de gemeente ondernemers niet frustreert, maar motiveert door crediteuren binnen 30 dagen te betalen.

7.1 Duurzame bedrijventerreinen

De ChristenUnie zet zich in voor de samenwerking tussen ondernemers op de diverse bedrijventerreinen, bijvoorbeeld door het instellen van een zgn. ondernemersfonds/parkmanagement om het gebied up-to-date te houden en verduurzaming te stimuleren. De Bedrijveninvesteringszone van Gelkenes is een voorbeeld hoe ondernemers en de gemeente samen optrekken om blijvende kwaliteit en vitaliteit te realiseren op bedrijventerreinen.

  • Bedrijventerreinen in Molenlanden hebben goede faciliteiten (parkmanagement/gezamenlijke parkeeroplossingen) en zijn digitaal goed bereikbaar (glasvezel).
  • Bedrijfsterreinen worden duurzaam ingericht. Bij voorkeur functioneren zij klimaatneutraal.
  • Bedrijventerreinen zijn optimaal ontsloten voor openbaar vervoer en fietsverkeer.
  • Ondernemers op bedrijventerreinen worden gestimuleerd om te kiezen voor de invoering van een Bedrijveninvesteringszone
  • Geen nieuwe bedrijventerreinen, als er geen duurzame oplossing is voor leegstand op bestaande bedrijventerreinen.
  • Bedrijventerreinen worden landschappelijk ingepast. Wanneer bestaande terreinen een onaantrekkelijke uitstraling hebben, moet dat worden aangepakt in samenwerking met de ondernemers.

7.2 Recreatie en toerisme

Samen met recreatie- en toeristische ondernemers wordt een plan opgesteld waarin verblijfsrecreatie in Molenlanden wordt gestimuleerd. Toerisme kan de leefbaarheid van een gebied aantasten. Daarom moeten bezoekersstromen goed worden gekanaliseerd en geïnformeerd. Voorzieningen zijn nodig om de privacy van bewoners te beschermen. Het is daarom ook belangrijk dat omwonenden van toeristische gebieden inspraak krijgen bij het ontwikkelen van plannen.

De ChristenUnie vindt het heffen van toeristenbelasting in Molenlandeneen slecht idee. Dit leidt tot ongelijkheid voor andere toeristische en recreatieve activiteiten elders in de gemeente. Naast inkomstenderving zorgt het tevens voor een vergroting van de administratieve last voor de ondernemer. Deze vorm van belasting wordt wat de ChristenUnie betreft opgeheven.

  • Naast de ontsluiting van toeristische trekpleisters wordt ingezet op een optimale ontsluiting van fietsverbindingen, voor zowel het recreatie als het woon-werk verkeer.
  • Kleinschalige vormen van verblijfsrecreatie, zoals B & B’s en kamperen bij de boer verdienen alle steun.
  • Inzet op gebiedspromotie en promotie van streekeigen producten samen met inwoners en lokale ondernemers.
  • In gebieden waar toenemend toerisme overlast geeft inzetten op goede voorzieningen die de privacy van de bewoners waarborgen
  •  Bewoners aan het woord laten als het gaat om toeristische ontwikkelingen in hun leefgebied.
  • De toeristenbelasting in Molenlanden wordt opgeheven.

7.3 Koopzondag en zondagsrust

De ChristenUnie vindt de zondagsrust heel belangrijk. Niet alleen als een door God gegeven dag om te rusten van het werk, maar ook als rustdag in een samenleving die steeds verder richting een 24-uurs economie dreigt te gaan. Een collectieve rustdag is heilzaam voor de hele samenleving.

De ChristenUnie vindt ook dat de kerkgang voor veel inwoners uit Molenlanden onbelemmerd moet kunnen plaatsvinden, omdat velen het beleven van een geloofsgemeenschap heel belangrijk vinden. We willen daarom de rust op zondag zo veel mogelijk bewaren in het dorp, ook in relatie met toeristische ontwikkelingen.

  • De ChristenUnie hecht aan de zondag als rustdag voor de samenleving. Er komt geen verruiming van zondagsopenstelling van winkels.
  • Bij evenementen wordt de zondagsrust gerespecteerd. De kerkgang mag door evenementen niet worden verstoord.

7.4 Gezonde agrarische sector

Voedsel is een geschenk van God aan mensen. Boeren en tuinders werken aan goed en gezond voedsel en hebben een nauwe verbondenheid met de schepping. De ChristenUnie is trots op onze agrarische sector en heeft hart voor boeren en tuinders. Een toekomstbestendige agrarische sector heeft een gezonde economische basis, is innovatief, gaat zorgvuldig om met bodem, grondstoffen en energie en produceert in balans met dier en leefomgeving. De door het kabinet uitgebrachte landbouwvisie, waarin een transitie naar kringlooplandbouw wordt bepleit, maakt eens te meer duidelijk dat de tijd rijp is om samen met andere gemeenten in de regio en betrokken partijen dit gedachtegoed concreet gestalte te geven. Verder verdienen ook jonge agrariërs een goede toekomst.

  • Bij het opstellen van de visie op het buitengebied wordt ingezet op een toekomstbestendige agrarische sector.
  • In regionaal verband wordt stevig ingezet op deelname in innovatieprojecten die toewerken naar meer adaptieve en circulaire landbouw. Doelstelling hiervan is om gezond voedsel te produceren met behoud van natuur- en landschapskwaliteit en focus op een stabiele productie.
  • De ChristenUnie wil dat Molenlanden actief deelneemt aan de samenwerking in de regio om concreet aan de slag te gaan met (kringloop)landbouw, die niet alleen gericht is op een goede opbrengst en een zuinig gebruik van grondstoffen en energie, maar ook op het zo min mogelijk belasten van klimaat, milieu en natuur.
  • De ChristenUnie vindt dat landbouwbedrijven zich primair moeten richten op de agrarische sector en op het in stand houden van het agrarisch gebied. Ondergeschikt daaraan krijgen landbouwbedrijven ruimhartig de mogelijkheid nevenactiviteiten uit te voeren zoals landschapsonderhoud, toerisme etc.
  • Om verrommeling tegen te gaan, ontwikkelt de gemeente beleid voor vrijkomende agrarische gebouwen.
  • Landbouw- en visserijondernemingen krijgen de ruimte voor een moderne bedrijfsvoering door investeringen mogelijk te maken, voor zover deze een bijdrage levert aan duurzaamheid, dierenwelzijn, energiebesparing, milieu en landschap. Dit betekent geen ongebreidelde uitbreiding van agrarische bedrijven, maar verantwoorde landbouw met oog voor de Schepping.

Hoofdstuk 8: Energie, klimaat en milieu

Waar staat de ChristenUnie voor?
Wij hebben de taak om zorgvuldig om te gaan met de schepping. Vervuiling van de lucht, verspilling van materialen en uitputting van hulpbronnen vormen een grote bedreiging voor de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. De ChristenUnie zet daarom in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Er is geen tijd te verliezen. Een schone en circulaire economie levert veel op voor ons en voor volgende generaties: een gezondere lucht, een beter klimaat en een sterkere economie. De gemeente heeft hierin een belangrijke rol.

Wij willen zo snel mogelijk af van olie, gas en kolen en ruim baan maken voor schone energie. Energiebesparing in de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit wordt topprioriteit. Auto’s zonder schadelijke uitstoot en energieneutrale huizen worden de norm. Materialen die de Schepper ons geeft willen wij niet verspillen, maar terugwinnen en hergebruiken. Wij kiezen voor de bescherming van waardevolle natuur en een verantwoorde omgang met ruimte en landschap in Nederland.

De energietransitie is voor iedereen een opgave, zowel voor individuele huishoudens, woonkernen en bedrijven als voor de gemeente en andere (overheids-)organisaties. De uitdaging is om hier samen mee aan de slag te gaan en de kansen te pakken. Oplossingen kunnen we niet langer voor ons uitschuiven, problemen willen we niet afwentelen op toekomstige generaties. We zullen snel keuzes moeten maken. Zonder innovaties gaat het ons niet lukken om de duurzaamheidsambitie van de nieuwe gemeente - energieneutraal in 2030 - waar te maken.

Duurzaam denken en handelen begint met het voorkomen en tegengaan van verspilling. Afval en afgedankte goederen kunnen vaak opnieuw worden gebruikt. We gaan zuinig om met het gebruik van grondstoffen. Dit betekent nieuwe keuzes in de woningbouw, o.a. circulair bouwen, duurzame ontwikkeling van woonwijken en bedrijfsterreinen. De duurzaamheidsambitie betekent ook voor de gemeentelijke organisatie nieuwe uitdagingen.

8.1 Energieke gemeente

Verbinding lokaal-regionaal
Afstemming in de regio is essentieel, zodat je van elkaar kunt leren en slimme coalities kunt smeden (denk aan bijv. warmtevraag versus warmteaanbod). De gekozen technieken voor energieproductie moeten passend zijn bij de gemeente Molenlanden.  

Participatie
Belangrijk is dat omwonenden nauw betrokken worden als het gaat om plannen voor energieopwekking; zoals bij windmolens en andere mogelijke energiebronnen. De bewoners moeten mee kunnen profiteren van de voordelen. Participatie zorgt ervoor dat lusten en lasten eerlijker worden verdeeld. Participatie kan op allerlei manieren: van een gebied gebonden bijdrage die terugvloeit naar de lokale samenleving tot een aandeelhouderschap van inwoners die in een coöperatie samenwerken. Belangrijk is wel dat het participeren voor iedereen bereikbaar is (dus ook voor mensen met een kleinere portemonnee). Participatie heeft een meerwaarde als dit hand in hand gaat met de levering van groene stroom en energie aan inwoners/bedrijven.

  • De energietransitie kan in een stroomversnelling komen als op lokaal niveau energiecoöperaties worden opgezet voor gezamenlijke energieopwekking. In een energiecoöperatie kunnen inwoners, agrariërs en bedrijven alternatieve (gecombineerde) warmtebronnen onderzoeken, proefprojecten opzetten en tot ontwikkeling brengen. Vormen van alternatieve warmtebronnen zijn o.a. het gebruik van restwarmte, mestvergisting, biomassa en bodemwarmte.
  • Inwoners en lokale bedrijven hebben bij de realisatie van duurzame energieprojecten altijd voorrang op nationale en buitenlandse investeerders.
  • Op lokaal vlak kunnen (coöperatieve) energiecentrales bij de dorpskernen worden ontwikkeld, die op termijn aan grotere netwerkinstallaties kunnen worden gekoppeld om de levering bij calamiteiten te waarborgen.
  • De energietransitie vraagt nieuwe investeringen in een netbeheer. De gemeente dient hierin een leidende rol te nemen, in overleg met Stedin.

8.2 Nieuwe vormen van energie

Afscheid nemen van gas
Inmiddels is de aansluitplicht voor gas op woningen verdwenen. De doelstelling is dat Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruikt. Dit betekent nogal wat voor een huiseigenaar, vooral voor de eigenaren van oudere slecht te isoleren woningen. Gemeenten kunnen hier lokaal of regionaal op inspelen door te stimuleren dat er arrangementen gemaakt worden hiervoor. Een inwoner moet op één plek terechtkunnen voor technische én financiële arrangementen om zijn eigen woning aan te passen aan de toekomst. Bij de aangeboden oplossingen zou het lokale bedrijfsleven een grote rol moeten spelen. Bij het financiële arrangement kan de gemeente een rol spelen (zo mogelijk samen met de provincie of rijk) door een revolverend fonds op te richten en daardoor andere investeerders aan te trekken.

Nieuwbouw aansluiten op gas is niet toekomstbestendig. Voor nieuwbouw zijn verschillende alternatieven beschikbaar, zoals warmte-koudeopslag (WKO), warmtenetten, de lucht/water-warmtepomp (all-electric) en toekomstige nieuwe energievormen. Deze alternatieven zijn duurzamer, en in veel gevallen op de lange termijn kosteneffectief. Daarom geldt voor nieuwbouw: geen gasaansluiting tenzij er écht geen reëel alternatief mogelijk is.

Energie uit zon en wind
Volgens het huidige provinciale beleid is er in de Alblasserwaard geen ruimte voor nieuwe grootschalige windparken. De verwachting is dat deze lijn onhoudbaar is als Molenlanden aan de opgaven uit het Klimaatakkoord moet gaan voldoen. De plaatsing van nieuwe windmolens moet worden bekeken in samenhang met de aanleg van zonnepanelen en andere mogelijke duurzame energiebronnen. De insteek van de ChristenUnie is eerst zonnepanelen te realiseren op daken van woningen en bedrijfsgebouwen en dan pas locaties voor zonneweides te overwegen. Maar uitsluitend in combinatie met de bebouwde omgeving, bedrijvigheid of bestaande landschap ontsierende activiteiten zoals het gasverdeelstation in Wijngaarden.

Zon
Het wordt tijd dat de grote lege daken van gebouwcomplexen en woningen gevuld worden met zonnepanelen. De gemeente stimuleert de oprichting van kleinschalige energiecoöperaties, zodat bewoners samen met private partijen kunnen investeren in zonne-energie.

Energiebesparing industrie
De lokale industrie wordt uitgedaagd om in gezamenlijkheid een energiebesparingsconvenant te sluiten. Door samen te werken, brengen bedrijven elkaar tot ideeën, en zetten ze extra stappen om energie-efficiënt te worden.

Stroomopslag: buurtbatterij
Zodra de zogenaamde salderingsregeling wordt stopgezet wordt het voor bezitters van zonnepanelen interessant om energie op te slaan in batterijen. Momenteel worden de eerste experimenten gedaan met zogenaamde buurtbatterijen. Dit zijn gedeelde batterijen waar je als buurt gebruik van kunt maken. De gemeente zal met de netbeheerder in gesprek moeten gaan om te onderzoeken of en waar buurtbatterijen een waardevolle inpassing kunnen krijgen.

  • Om inhoud te geven aan de duurzaamheidsopgave is de gemeente ruimhartig met het delen van kennis, het geven van voorlichting, stimuleren van particuliere initiatieven en het ontsluiten en stimuleren van beschikbare subsidies.
  • Een inwoner moet op één plek terecht kunnen voor zowel technische als financiële  arrangementen om zijn eigen woning aan te passen aan de toekomst.
  • De gemeente heeft een voorbeeldrol in de eigen ‘huishouding’.
  • Duurzaamheid krijgt een belangrijkere rol bij de bouw en exploitatie van gemeentelijk vastgoed. Waar mogelijk worden criteria toegepast om duurzaamheid in gemeentelijke bouwprojecten te stimuleren. Ook het stimuleren van school- en arbeid beperkten maakt hier deel van uit.
  • De ChristenUnie wil dat uiterlijk 2025 de gemeente al haar eigen gebouwen energieneutraal heeft gemaakt. De leerpunten uit de verduurzaming van sporthal De Reiger in Groot-Ammers dienen op zeer korte termijn te worden ingebracht in het plan voor de verduurzaming van de overige gebouwen in Molenlanden.
  • In de verkeers- en vervoersplannen wordt CO2-emissiereductie integraal opgenomen.
  • De gemeente ontwikkelt, al dan niet in regionaal verband, een strategie om de energietransitie vorm te geven.
  • De ChristenUnie stimuleert initiatieven van inwoners en groepen inwoners om inhoud te geven aan de klimaatopgave. De duurzaamheidslening wordt ruimhartig toegepast.
  • Investeringen van particulieren in duurzaamheidsmaatregelen gebeuren legesvrij en mogen niet leiden tot een hogere WOZ-waarde en daarmee lastenverzwaring.
    De gemeente zorgt ervoor dat de eigen behoefte aan energie duurzaam, binnen de landsgrenzen opgewekt wordt.
  • In de komende raadsperiode wordt het gemeentelijke inkoopbeleid volledig duurzaam en eerlijk: 100% schone energie uit Nederland en producten die voldoen aan de regels van eerlijke handel.
  • Goede LED-verlichting is de norm bij openbare straatverlichting.
  • De ChristenUnie gaat voor een zuiniger en schoner gemeentelijk wagenpark.
  • De ChristenUnie wil versneld onafhankelijk zijn van aardgas, in elk geval voor 2040.
  • Nieuwe inzichten over de negatieve gevolgen van fijnstof, o.a. als gevolg van het stoken met houtkachels, vragen nieuw beleid.

8.2 Woningen

Voor woningen ligt er ook een forse opgave op het gebied van energiebesparing en duurzaamheid.

  • Nieuwbouw, huur en koop, worden vanaf 2020 alleen nog energieneutraal gebouwd.
  • Daken en gevels van bestaande bebouwing, zowel woningen als bedrijfspanden, worden maximaal gebruikt voor zonnepanelen.
  • De gemeente stimuleert de aanschaf en het gebruik van accu’s voor energieopslag, ook op wijkniveau.
  • Verduurzaming betekent niet alleen ‘zongericht’ en energieneutraal bouwen, maar ook inhoud geven aan de circulaire economie, onder meer door het toepassen van recyclebare bouwmaterialen, FSC-houtproducten te gebruiken, en (her)gebruik van regenwater.
  • We breken een lans voor natuurinclusief bouwen: als onderdeel van bouw- en renovatieprojecten worden voorzieningen getroffen die zijn gericht op de instandhouding dan wel vestiging van vogels en andere beschermde diersoorten.
  • De omschakeling naar schone energie mag niet ten koste gaan van mensen met een smalle beurs die zich geen investeringen kunnen veroorloven. Klimaatarmoede moet worden voorkomen.

8.3 Afvalinzameling

De normen voor afvalscheiding worden steeds strenger. In 2020 mag er nog 100 kilo restafval per persoon per jaar zijn. In afval zitten waardevolle grondstoffen die niet verloren mogen gaan. Beter kunnen we afval daarom zien als grondstof. Als afval goed gescheiden wordt ingezameld bij de bron, kunnen de grondstoffen worden aangeboden voor hergebruik. De ChristenUnie vindt dat er voor lastig te verwerken afvalstromen een passende oplossing moet worden geboden.

  • Het centraal (in de wijken) inleveren van (rest)afval is een goede manier om afval te scheiden. Hierbij wel aandacht voor gezinnen (luiers), ouderen en mensen met een beperking en mensen die wonen in hoogbouw.
  • Het tegengaan van zwerfafval heeft prioriteit.
  • De gemeente stimuleert ook scholen en maatschappelijke organisaties om afval te scheiden en faciliteert hen hierin zo veel mogelijk.
  • Er wordt meegedaan aan landelijke bewustwordingsacties rond afval, het tegengaan van verspilling en zwerfvuil, en het gebruik van compost.
  • Afval wordt zo veel mogelijk opgehaald door clubs en verenigingen.
  • Hergebruik via kringloopwinkels en afvalbrengstations wordt gepromoot.
  • Kringloopwinkels en rommelmarkten behouden hun uitzonderingspositie bij Waardlanden: voor het verwijderen van afval betalen ze geen verwijderingsbijdrage.

8.4 Toekomstbestendig waterbeheer

‘Leven met water’ is een thema dat ook de gemeente raakt. Door de toename van versteende gebieden (woonwijken, parkeer- en bedrijventerreinen) en de toename van extreme buien ontstaat  toenemende maatschappelijke en financiële schade. De extremen manifesteren zich ook in lange droge, hete periodes. Op beide is onze bebouwde omgeving niet altijd even goed ingericht. Het is noodzakelijk dat de gemeente een strategie ontwikkelt hoe zij hier mee omgaat en hoe de verwachte schade beperkt kan worden. Een goede samenwerking met de waterschappen is hierin onontbeerlijk. Er moet een plan komen waarin de gemeente en het waterschap het watersysteem als één systeem beschouwt, los van de verschillende verantwoordelijkheden. In dit plan komen de benodigde maatregelen te staan en wie verantwoordelijk is. Waterschappen kunnen meer binnen de bebouwde omgeving investeren dan ze tot nu toe doen, immers het merendeel van hun inkomsten komt hier vandaan. Vervolgens kan met dit plan de samenwerking worden gezocht met de provincie en het deltaprogramma, om de noodzakelijke financiering van de projecten rond te krijgen.

  • Er komt de komende raadsperiode een klimaatadaptatieplan dat samen met het waterschap en de corporaties wordt ontwikkeld.
  • Inwoners hebben een belangrijke rol als het gaat om waterberging. De opvang van regenwater door particulieren wordt gestimuleerd.
  • Er komt een onderzoek naar het invoeren van een beloningsysteem voor regenwateropvang op eigen terrein.
  • Er wordt zo veel mogelijk ingezet op een aparte afvoer van regenwater; in het gemeentelijk rioleringsplan wordt voor die gebieden waar nog geen gescheiden waterafvoer is, opgenomen wanneer die gerealiseerd gaat worden. De plannen voor de aanpassing van de riolering worden zo veel mogelijk gecombineerd met andere werkzaamheden zoals het onderhoud van het wegdek, om overlast te verminderen en de kosten te verlagen.
  • De gemeente zet in op het vergroenen van de ‘versteende’ woonkernen door de aanleg van openbaar groen en de aanleg van groene daken, zowel door de gemeente als de inwoners. Daarmee werken we in Molenlanden aan meerdere doelstellingen tegelijk: waterberging, verkoeling, biodiversiteit en zonnepanelen leveren meer rendement.   

Hoofdstuk 9: Wonen en ruimte

Waar staat de ChristenUnie voor?
Een goed en betaalbaar huis in een prettige omgeving is voor iedereen belangrijk. De beschikbaarheid van de juiste woningen is helaas niet vanzelfsprekend. Er zijn wachtlijsten voor sociale huur- en koop woningen, duur betaalde woningen staan onder water en de behoefte aan betaalbare huur- en koopwoningen in de vrije sector is groot. De ChristenUnie wil dat de lokale overheid met toekomstgericht woningbeleid de woningmarkt stimuleert, zodat starters een steuntje in de rug krijgen, er voldoende passende huur- en koopwoningen zijn en er ruimte is voor particuliere (nieuw)bouw.

9.1 Wonen

  • Het woonbeleid van de gemeente Molenlanden moet gebaseerd zijn op de actuele vraag én op toekomstige ontwikkelingen. Naast woningcorporaties krijgen dorpsraden en huurdersverenigingen een prominente rol bij het opstellen van een visie op particuliere huur.
  • Woningen worden duurzaam gebouwd en de gemeente zet in op verduurzaming van bestaande woningen (nul-op-de-meter), o.a. door middel van de duurzaamheidslening.
  • Bij vernieuwing van de woningvoorraad doen inbrei- en herstructureringslocaties nadrukkelijk mee.
  • Molenlanden bouwt zo veel mogelijk levensloopbestendige woningen en wijken, ondersteund door een goede infrastructuur (sociaal-culturele activiteiten en zorgondersteuning).
  • De gemeente stimuleert modulair bouwen, om de woonbehoefte voor nu en de toekomst kosteneffectief, flexibel en duurzaam in te kunnen vullen.
  • Ouderen en jongeren verdienen extra aandacht in het woonbeleid. Leegloop van dorpskernen door het vertrek van ouderen en jongeren die geen geschikte woning kunnen vinden, vraagt extra aandacht.
  • Senioren moeten langer (eventueel met zorg) in hun dorp kunnen blijven wonen. Dit vraagt een ruimhartig beleid voor het realiseren van zgn. kangoeroe- en mantelzorgwoningen.
  • Ouderen in een koopwoning kunnen gebruikmaken van een Blijverslening om de woning aan te passen zodat ze er, ondanks toenemende lichamelijke beperkingen, langer kunnen blijven wonen.
  • Molenlanden biedt starters de mogelijkheid gebruik te maken van de starterslening en het starterscontract. Dit zijn goede instrumenten om (door)starters op de woningmarkt een zetje te geven en de doorstroming te bevorderen op de huizenmarkt.
  • De ChristenUnie pleit voor locaties waar tijdelijk goedkope milieuvriendelijke huisvesting mogelijk is, bedoeld voor starters, doorstromers en alleenstaanden. De ChristenUnie wil een proefproject voor de bouw van tiny houses, bijvoorbeeld op het terrein van Betonson in Arkel.
  • In de kernen is voldoende speel-, openbaar- en recreatiegroen nodig. Eventueel kan een openbaargroennorm van bijvoorbeeld 75m2 per woning worden nagestreefd. In grotere kernen zijn wellicht mogelijkheden voor een natuurspeeltuin, pluktuin of minibos. Veel groen geeft overigens ook meer verkoeling tijdens warme perioden.

Toekomstige generaties
Keuzes die we nu maken hebben gevolgen voor de leefomgeving van toekomstige generaties. De gemeente heeft hierin een belangrijke regierol. Ecologische, economische en demografische ontwikkelingen (krimp en/of groei) maken het mogelijk en noodzakelijk dat er een omslag komt: van sloop en nieuwbouw naar hergebruik, van bebouwen van de open ruimte naar hergebruik en herstructurering van al bebouwd gebied. De gemeente Molenlanden zal duidelijke keuzes moeten maken. Ruimtelijke ordening is bij uitstek het onderwerp waar burgers bij betrokken moeten worden, want het gaat tenslotte over de kwaliteit van de eigen leefomgeving.

Structurele versterking van de economie en bereikbare voorzieningen houden de dorpen van Molenlanden leefbaar. Ook is het belangrijk dat de infrastructuur op orde is, zoals publiek vervoer en snel internet.

  • De ChristenUnie wil de transformatie van kantoor- en bedrijfsgebouwen naar woningen krachtig bevorderen. De gemeente heeft vooral een rol in wijziging van bestemmingsplannen.
  • De gemeente Molenlanden moet actiever inzetten op het verwerven van gronden voor het realiseren van woningbouw, zodat er meer sturing op woningbouw in Molenlanden kan plaatsvinden dan bij een beleid dat uitgaat van marktwerking.
  • De gemeente ontwikkelt een plan van aanpak ‘asbestsanering’ zodat alle daken in Molenlanden voor 2024 asbestvrij zijn. Bijzondere aandacht heeft de verwerking van gesaneerd asbest.
  • De gemeente Molenlanden maakt het mogelijk om tiny houses te realiseren.
  • De ChristenUnie wil dat het eenvoudiger wordt om mantelzorgwoningen te ontwikkelen en op die manier de mogelijkheden om langer thuis of bij kinderen te wonen te vergroten.
  • De ChristenUnie wil beschut en beschermd wonen bevorderen, bijvoorbeeld hofjes bij en in vrijkomende agrarische gebouwen, zodat alleenstaanden veilig(er) kunnen wonen.

Woningcorporaties
De ChristenUnie wil dat de gemeente Molenlanden woningcorporaties de ruimte geeft om innovatief, vraaggericht en toekomstbestendig te kunnen bouwen, maar vraagt daarbij wel duidelijke kaders via een gemeentelijke woonvisie. In deze woonvisie moet aandacht zijn voor ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen. Tegelijkertijd is het goed als corporaties van de keuzes die zij maken nadrukkelijker verantwoording afleggen aan de lokale samenleving (via hun bewoners, via de gemeentelijke aansturing).

Woningcorporaties dragen zorg voor voldoende sociale huurwoningen. Woningcorporaties spelen ook een rol op de koopmarkt. De ChristenUnie zet in op toename van koopgarantwoningen. Het is goed dat er steeds meer goedkope koopwoningen komen, waarbij woningcorporaties via Verenigingen van Eigenaren medeverantwoordelijk blijven voor het beheer en de woningen uiteindelijk ook weer kunnen terugkopen (koopgarantwoningen). Dit helpt de kloof tussen huren en kopen dichten. Woningcorporaties hebben een blijvende taak ten aanzien van de leefbaarheid op buurt- of wijkniveau. Daarbij organiseren corporaties het leefbaarheidsbeleid niet alleen voor maar vooral mét de bewoners in Molenlanden.

  • De gemeente besteedt in de prestatiecontracten met de woningcorporaties aandacht aan de beschikbaarheid van voldoende, goede sociale huurwoningen, de leefbaarheid in de kernen en de sociale koopsector (koopgarantwoningen).
  • De gemeente Molenlanden stelt met de woningcorporaties doelen op gericht op het verbeteren van de energiehuishouding van woningen.
  • In het prestatiecontract komen duidelijke afspraken met de corporaties te staan over de volledige verduurzaming van de woningvoorraad.

9.2 Ruimte

De openbare ruimte is van ons allemaal. Vanouds beheert de gemeente de ruimte, maar dat kan ook heel goed door bewoners, groepen van bewoners en coöperaties gedaan worden. Het vergroot de betrokkenheid van inwoners bij hun eigen omgeving en versterkt de sociale samenhang.

Iedereen wenst een leefomgeving waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Maar daarvoor moet je wel goede afspraken met elkaar maken. Inwoners, ondernemers en overheden worstelen met het huidige omgevingsrecht: het is te complex en versnipperd. De nieuwe Omgevingswet voorziet hierin. Doel van deze wet is het eenvoudiger maken van regels en meer ruimte bieden voor participatie. De nieuwe wet moet de bestaande wetten vervangen en zorgen voor een integrale én gebiedsgerichte benadering. De overgang naar de Omgevingswet is een enorme operatie die niet alleen het ruimtelijke domein aangaat maar ook het sociale en gezondheidsdomein.

De energietransitie gaat een grote impact gaat hebben op onze ruimtelijke inrichting. In het duurzame tijdperk gaan we allemaal wat merken van energieopwekking. De ChristenUnie wil kortom meer ruimte voor ruimte op de politieke agenda. Inrichting van de ruimte moet aansluiten bij het eigen karakter van landschappen, dorpen en steden. Daarom is het belangrijk dat ruimtelijke beslissingen zo lokaal mogelijk worden genomen, met veel aandacht voor participatie van burgers, bedrijven en belangenorganisaties.

  • De ChristenUnie hanteert bij afwegingen van ruimtelijke invulling van de gemeente uitgangspunten die recht doen aan de waarde die (kleine) kernen hebben op het gebied van leefbaarheid en natuur- en historische waarden.
  • Optimaal voorbereiden op nieuwe Omgevingswet. De gemeente anticipeert op de invoering van de nieuwe Omgevingswet door het bestuurlijk ambitieniveau te bepalen en te investeren in scholing van ambtenaren en raadsleden.
  • De gemeente wijst deelgebieden aan waar ervaring opgedaan wordt met het werken onder de nieuwe Omgevingswet.
  • Aan de hand van een (beeld)kwaliteitsplan maakt de gemeente samen met inwoners afspraken over de openbare ruimte.
  • De gemeente maakt het mogelijk dat inwoners hun buurt of straat in eigen beheer onderhouden.
  • De gemeente Molenlanden investeert met diverse partners in de ontwikkeling en het beheer van recreatiegebieden, en in wandel- en fietsroutes.
  • De ChristenUnie vindt goed beheer en onderhoud belangrijk..

9.3 Natuur en landschap - het buitengebied

We zijn trots én zuinig op het karakteristieke landschap, waaraan de Alblasserwaard zijn bekendheid geniet, tot ver over de landsgrenzen. De leefbaarheid van de eigen inwoners staat voorop, hoezeer het toerisme ook van belang is voor de lokale economie.

Het buitengebied dankt zijn aantrekkelijkheid aan de combinatie van agrarisch gebruik, natuurwaarden en cultuurhistorie, waaronder historische gebouwen, molens, gemalen, enz. Het Groene Hart is echter in de eerste plaats het domein van de landbouw. Een duurzame landbouw, ook in economisch opzicht, is de beste drager van het Alblasserwaardse landschap. Dat betekent ruimte voor ontwikkeling, groei en (onvermijdelijke) schaalvergroting, maar ook voor meer kleinschalig gebruik van landbouwgronden. Extensieve landbouw en streekproducten verdienen extra aandacht. In Molenlanden zijn er al voorbeelden van kleinschalige boerenbedrijven die succesvol opereren door zich hiermee te onderscheiden.

We hechten aan een gevarieerd landschap, aantrekkelijk voor de eigen inwoners, de recreant en de toerist. Vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied zien we als een kans en kan worden benut voor flexibele en innovatieve manieren van woninggebruik (kangoeroewoning bijv.) en andere bedrijfsbestemmingen, waaronder recreatie en zorg. We pleiten voor meer biodiversiteit, in de kernen, maar zeker in het buitengebied. Dit betekent onder meer het aanplanten van insectenvriendelijke struiken en het inrichten van bloemrijke randen en groenstroken, enz. Dit betekent dat niet alleen het inrichten maar ook het beheer duurzaam wordt uitgevoerd. Wellicht zijn er op enkele plaatsen mogelijkheden voor de realisatie van een voedselbos.


Natuur en landschap zijn van grote maatschappelijke betekenis en bepalen voor een belangrijk deel de leefomgeving. Zeker in een plattelandsgemeente waar de kernen voor een belangrijk deel hun aantrekkingskracht ontlenen aan de kwaliteiten van het buitengebied. De ChristenUnie pleit voor een goed doordachte visie op natuur en landschap als onderligger voor een evenwichtig en passend toeristisch en recreatief beleid in Molenlanden. Deze visie moet verder antwoord geven op de vraag hoe de ontwikkeling van industrie, woningbouw en infrastructuur en de investeringen in duurzame energie (wind- en zonne-energie) zich verhouden tot het behoud en het versterken van natuur en landschap. Op basis van de uitkomsten van de visie zal duidelijk worden welke investeringen nodig zijn en hoe de financiering kan worden geregeld. De herziening van het besluit over de invoering van toeristenbelasting maakt hier deel van uit. 

Het buitengebied biedt mogelijkheden om te voldoen aan onze energieopgave. Het is een broedplaats om te pionieren met nieuwe warmtebronnen, waaronder het gebruik van biomassa, warmtewinning uit oppervlaktewater en onderzoek naar bodemwarmte (geothermie).

Dorpsranden verdienen extra aandacht bij het realiseren van de gewenste gebiedskwaliteit. De randen van de dorpskernen vormen een natuurlijke en geleidelijke overgang naar het buitengebied. Bebouwing moet zo veel mogelijk landschappelijk worden ingepast door middel van zogenaamde kernrandzones. Dat betekent dat we terughoudend zijn met de uitbreiding van bedrijfsmatige activiteiten aan de dorpsranden en verrommeling van het landschap willen voorkomen. Dit geldt niet alleen voor bedrijfsgebouwen, ook voor reclame-uitingen.

Ook de aanleg van een zonnepark aan de rand van een dorpskern is voor de ChristenUnie geen vanzelfsprekendheid. Die zien we liever in combinatie met bedrijfslocaties en andere locaties met een bedrijfsmatige uitstraling.

  • De ChristenUnie pleit voor regelgeving voor de inrichting van het overgangsgebied van kernen naar het buitengebied (kernrandzones), gericht op het vergroten van de gebiedskwaliteit.
  • Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met (cultuurhistorische en historische) landschappelijke elementen.
  • De ChristenUnie wil geen bezuinigingen op natuur- en milieu-educatie.
  • De ChristenUnie pleit voor een revolverend landschapsfonds: Een landschapsfonds waaruit geleend kan worden om de ontwikkeling van landschapsplannen financieel te ondersteunen.
  • De ChristenUnie wil dat natuur zo ‘beleefbaar’ en toegankelijk mogelijk wordt door aanleg en onderhoud van goede wandel- fiets- en beleefpaden.
  • Bij de aanleg van woonwijken wordt uitgegaan van de mogelijkheid tot ‘ommetjes’, met aandacht voor het uitlaten van honden. Lokale en regionale natuurorganisaties kunnen hierin het voortouw nemen.  

Hoofdstuk 10: Mobiliteit

Waar staat de ChristenUnie voor?
Mobiliteit brengt mensen bij elkaar en is nodig voor een sterke economie. Mobiliteit is in ontwikkeling vanwege digitale innovatie in het verkeer, de financiële houdbaarheid van het huidige openbaar vervoer, de opkomst van elektrische vervoersmiddelen (fiets en auto) en het nog steeds groeiende aantal auto’s op de weg. De mobiliteit mag steeds minder negatieve impact hebben op de kwaliteit van onze leefomgeving en de leefbaarheid.

We kiezen voor verduurzaming van de mobiliteit, vermijden van overbodig verkeer, een betere benutting van de bestaande infrastructuur en het beter met elkaar verbinden van de verschillende vervoerssoorten: auto, publiek vervoer en fiets bij het personenvervoer en scheep- en binnenvaart, spoor en weg bij het goederenvervoer. De lokale overheid heeft de verantwoordelijkheid (samen met de provincie en het Rijk) om te zorgen voor infrastructuur van een kwalitatief hoog niveau.

10.1 Autoverkeer

  • De ChristenUnie wil dat de nieuwe gemeente bij de provincie aandringt op een betere ontsluiting van het landelijke deel van de Alblasserwaard. De provinciale wegen in het buitengebied worden meer en meer alternatieve routes voor doorgaand wegverkeer op de snelwegen. De ChristenUnie wil met de provincie in overleg hoe kan worden voorkomen dat deze belangrijke verkeersaders dichtslibben, waardoor de bereikbaarheid van de Molenlandse kernen in het geding komt. De herstructurering van de kruising N214/216 en de aanpak van de aansluiting van de N214 op de A15 zijn wat dat betreft aansprekende oplossingen.
  • De ChristenUnie pleit voor de aanleg van geluidsschermen langs de A15 bij Schelluinen als onderdeel van de verbreding van de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem.
  • De ChristenUnie wil dat verkeersknelpunten in de diverse kernen die de verkeersveiligheid en de doorstroom verminderen met hoge prioriteit en in gezamenlijkheid met omwonenden en belanghebbenden worden aangepakt.
  • We vinden  een goede ontsluiting van de dorpskernen belangrijk en zoeken oplossingen tegen sluipverkeer.

Parkeren

  • Er komen voldoende laadpunten voor elektrische vervoersmiddelen, zowel in woonwijken als in de directe nabijheid van openbare voorzieningen.
  • In woongebieden waar onvoldoende parkeergelegenheid is wordt de mogelijkheid voor een verzamelparkeerplaats onderzocht om de benodigde parkeerruimte zo min mogelijk ten koste te laten gaan van de leefruimte. 

10.2 Fiets en voetganger

  • De ChristenUnie wil een ambitieuze fietsagenda voor Molenlanden. In de gemeente wordt een lokale fietsagenda ontwikkeld vanwege het toenemende belang van het (elektrische) fietsverkeer. Belangrijke thema’s op deze agenda zijn: veiligheid, parkeren, fiets delen en elektrisch fietsen.
  • Het gratis meenemen van de fiets op de MerwedeLingelijn blijft bestaan. De ChristenUnie wil dat in overleg met de vervoerder en de provincie wordt gezocht naar uitbreiding van de capaciteit.
  • De ChristenUnie wil beveiligde fietsstallingen bij de bushaltes op de hoofdroutes en carpoolplaatsen. Ook op andere manieren worden maatregelen ontwikkeld om fietsdiefstallen tegen te gaan.
  • Waar mogelijk worden snelle fietsroutes gevormd (fietssnelwegen), bijvoorbeeld door barrières weg te nemen.
  • Veilige fietsroutes voor scholieren heeft een hoge prioriteit.
  • Voor ouderen en andere mensen die minder mobiel zijn worden de looproutes naar het dorpscentrum, belangrijke ontmoetingsplekken en (zorg)voorzieningen zo veel mogelijk aangepast aan hun behoeften (comfortzones).

10.3 Openbaar vervoer

Bij de transformatie van het openbaar vervoer naar publiek vervoer vindt de ChristenUnie de bereikbaarheid van de (kleine) kernen een belangrijk punt. De provincie is verantwoordelijk voor het openbaar vervoer, de gemeente voor andere vormen van publiek vervoer, zoals het leerlingenvervoer. De ChristenUnie vindt dat de gemeente en haar inwoners betrokken moeten worden bij de te maken keuzes.

Het openbaar vervoer in Molenlanden vraagt voortdurend aandacht. De nieuwe concessie die per 1 januari 2019 van kracht gaat, biedt op diverse trajecten meer dan wel andere mogelijkheden voor busreizigers. De ChristenUnie pleit voor een goede inhoudelijke evaluatie van de veranderingen in de jaarlijkse evaluatie met de vervoerder. Goede noord-zuidverbindingen en overstapmogelijkheden die de provincie en de nieuwe vervoerder Qbuzz hebben aangekondigd vragen daadwerkelijk om uitvoering. Zo is de aangekondigde realisatie van een overstapmogelijkheid bij de kruising N214/N216 (‘hoge kruispunt’) een goede start en dient een vervolg te krijgen in goede aansluitingen voor alle kernen, bijvoorbeeld voor de noordrand van het gebied richting Dordrecht en Rotterdam. De ontsluiting via de treinverbinding Gorinchem-Geldermalsen wint aan kracht als ook voor dit deel van de MerwedeLingeljin een kwartierdienst wordt ingevoerd.

  • OV-bereikbaarheid van alle kernen. Samen met de provincie en gebruikmakend van nieuwe mobiliteitsvormen willen we werken aan een dekkende bereikbaarheid.
  • Bushaltes zijn toegankelijk voor ouderen en gehandicapten.
  • Het gebruik van de Molenhopper wordt gestimuleerd
  • Bij de aanbesteding van openbaar vervoer zet Molenlanden in op schone bussen.
  • Waar mogelijk worden combinaties met het doelgroepenvervoer gezocht (regiotaxi’s, scholierenvervoer, Wmo-vervoer).
  • Sociale veiligheid in de omgeving van haltes, stations en parkeerplaatsen wordt bevorderd.
  • Er wordt zo mogelijk aangesloten bij digitale platforms die privaat en publiek vervoer verbinden.

10.4 Verkeersveiligheid

  • Er vindt een goede registratie van ongevallen plaats, zodat de zogenaamde ‘black spots’ in beeld komen.
  • Paaltjes op fietspaden veroorzaken veel ongelukken. Waar de verkeersveiligheid niet in geding is, worden deze paaltjes verwijderd.
  • Verschillende verkeersstromen hebben eigen rijwegen: snelverkeer en langzaam verkeer worden zo veel mogelijk gescheiden en landbouwverkeer wordt zo veel mogelijk gescheiden van fietsverkeer.
  • Grotere vrachtwagens worden bij voorkeur geweerd uit de dorpskernen.
  • De gemeente Molenlanden geeft in haar verkeersbeleid voorrang aan kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsen. Dat betekent extra aandacht in de buurt van scholen en oog voor veilige en korte fietsroutes voor scholieren.
  • De gemeente Molenlanden werkt actief mee aan het realiseren van verkeerslessen, bijvoorbeeld op de scholen en bij instellingen.
  • De gemeente Molenlanden stimuleert dat scholen zich inzetten voor het verkeersveiligheidslabel.